Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 20.

Ontheffing arbeid- en re-integratieverplichting

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz Ooststellingwerf 2026

1.. Meewerken aan de arbeids- en re-integratieverplichting is noodzakelijk en daarvoor wordt in de basis geen ontheffing gegeven. 2.. Het verrichten van onbetaalde arbeid als alternatieve straf kan niet leiden tot een (gedeeltelijke) ontheffing van de arbeidsplicht. 3.. Personen die een ontheffing willen hebben moeten in eerste instantie zelf aantonen dat er sprake is van een zodanige situatie dat ontheffing op basis van medische, sociale of psychische omstandigheden moet plaatsvinden. 4.. Zo nodig kan het college in afwijking van het derde lid een onafhankelijk medisch en/of belastbaarheidsonderzoek doen voor de beoordeling van een ontheffing. 5.. Een ontheffing kan nooit betrekking hebben op de re-integratieplicht. Dit tenzij de persoon aantoonbaar duurzaam arbeidsongeschikt is. 6.. De ontheffing is altijd tijdelijk en wordt in eerste instantie voor maximaal zes maanden afgegeven. Dit tenzij op voorhand uit de individuele situatie blijkt dat deze termijn te kort is. In dergelijke situaties is de ontheffing maximaal 12 maanden. 7.. Na de vastgestelde periode moet er een nieuwe beoordeling plaatsvinden. Een ontheffing moet altijd gepaard gaan met een plan van aanpak waarin de te zetten stappen beschreven worden.

Rechtspraak bij dit artikel