Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 29.

Bepaling draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz Ooststellingwerf 2026

1.. De hoofdregel is dat: Het inkomen dat hoger is dan de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag tot de draagkracht uit inkomen wordt gerekend. Van het meerdere wordt 35% als draagkracht genomen. Al het vermogen dat hoger is dan de toepasselijke vermogensgrens op grond van de Participatiewet wordt tot de draagkracht uit vermogen gerekend. 2.. Met de van toepassing zijnde bijstandsnorm wordt bedoeld de norm zoals die is vermeld in paragraaf 3.2 van de wet met uitzondering van artikel 22a. 3.. In afwijking van het eerste lid onder a geldt: Voor medische (meer)kosten is geen sprake van draagkracht tot 130% van de toepasselijke bijstandsnorm; Voor een aanvraag bijzondere bijstand wordt het inkomen boven de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag voor 100% in aanmerking genomen als het gaat om: Verwervingskosten en/of; Woonkosten en/of; Kosten van aflossing van een lening bij een gemeentelijke kredietbank. Bij kostendeling zoals bedoeld in artikel 19a en 22a van de wet wordt voor de belanghebbende de vergelijkbare toepasselijke bijstandsnorm als volgt vastgesteld: Voor een alleenstaande: 60% van de echtparennorm die behoort bij de leeftijdscategorie van de belanghebbende. Voor gehuwden: 90% van de echtparennorm die behoort bij de leeftijdscategorie van de belanghebbende. 4.. In geval van een aanvraag bijzondere bijstand voor incidentele kosten moet eerst de volledige draagkracht uit inkomen en vermogen in de draagkrachtperiode gebruikt te worden voor betaling van de bijzondere kosten, voordat de bijzondere bijstand kan worden uitbetaald. 5.. In geval van een aanvraag bijzondere bijstand voor periodieke (maandelijks) kosten moet de volledige draagkracht uit vermogen in de draagkrachtperiode direct op de kosten in mindering worden gebracht. Aansluitend wordt de draagkracht uit inkomen verdeeld over 12 maanden. 6.. Bij samenloop wordt de draagkracht uit inkomen eerst in mindering gebracht op de periodieke kosten. De resterende draagkracht wordt in mindering gebracht op de incidentele kosten. 7.. Bij samenloop wordt de draagkracht uit vermogen het eerst verrekend en daarna de draagkracht uit inkomen. 8.. Als draagkracht eenmaal is vastgesteld wordt is het uitgangspunt dat niet meer aangepast. 9.. In afwijking van het achtste lid wordt op verzoek bij een lagere inkomens- of vermogenssituatie de draagkracht aangepast. Dit vanaf de eerste dag van de maand waarin het verzoek wordt ingediend. De draagkrachtperiode zoals bedoeld in artikel 32 blijf ongewijzigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel