Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.4

Artikel 53.

Kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz Ooststellingwerf 2026

1.. Kosten van woninginrichting worden aangemerkt als incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. 2.. De noodzakelijke kosten van woninginrichting komen alleen voor vergoeding vanuit de bijzondere bijstand in aanmerking wanneer de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. 3.. Er is in ieder geval sprake van bijzondere omstandigheden wanneer het gaat om kosten van woninginrichting aan statushouders die zich voor het eerst vestigen in Nederland. 4.. De kosten voor duurzame gebruiksgoederen voor de inrichting van een woning worden bepaald op 45% van de (geïndexeerde) Nibud normen. Uitgangspunt is dat woninginrichting (deels) tweedehands kan worden aangeschaft. 5.. De bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt verstrekt in de vorm van een lening. De looptijd van de geldlening is 36 maanden. 6.. In de situatie dat nagelaten is geheel of gedeeltelijk te reserveren of een niet-noodzakelijke lening af te sluiten kan in afwijking van het vijfde lid de aflossingstermijn op maximaal 60 maanden worden gesteld. Dit is afhankelijk van de mate van het ongenoegzaam betoond besef van verantwoordelijkheid. 7.. De hoogte van de aflossingsbedragen wordt voor personen met een inkomen ter hoogte van de bijstandsnorm vastgesteld op 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm incl. vakantietoeslag. Dit ongeacht de samenstelling van dit inkomen. 8.. Voor een noodzakelijke verhuizing waarvoor een lening woninginrichting is verstrekt kan ook een vergoeding voor overige inrichtingskosten worden verstrekt voor niet duurzame gebruikersgoederen. Het gaat om kosten zoals verf, behang en vloerbedekking. Er wordt éénmalig een bedrag van € 500,00 zonder hiervoor een tegenprestatie te vragen verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel