Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 72.

Aflossing leenbijstand tekortschietend besef van verantwoordelijkheid

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz Ooststellingwerf 2026

1.. Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot het verlenen van bijstand in de vorm van een lening als bedoeld in artikel 48 tweede lid van de wet. Dit wanneer er sprake is van tekortschietend besef voor de voorzieningen van het bestaan. De lening wordt direct opeisbaar als de bijstandsuitkering wordt beëindigd of de leenbijstand wordt omgezet in bijstand ‘om niet’. 2.. Als belanghebbende onvoldoende middelen heeft om de lening ineens af te lossen dan wordt overgegaan op maandelijkse aflossing. Dit met inachtneming van het derde en vierde lid en vanaf het moment dat de lening is verstrekt of vindt aflossing plaats vanaf de eerste maand nadat de lening opeisbaar is geworden. 3.. In het geval van maandelijkse aflossing stelt het college: Bij een inkomen op of onder bijstandsniveau de aflossing vast op 5% van de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, of; Bij een inkomen hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm de aflossing vast volgens draagkracht. Hierbij heeft belanghebbende minimaal de beschikking over een bedrag ter hoogte van 95% van de toepasselijke bijstandsnorm. 4.. Als het inkomen de van toepassing zijnde bijstandsnorm te boven gaat, bedraagt de aflossingsruimte 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Dit vermeerdert met 35% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm. 5.. De lening kan kwijtgescholden worden overeenkomstig de regels van Hoofdstuk 4 van de Beleidsregels terugvordering en invordering gemeente Ooststellingwerf 2022.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel