Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verboden objecten en gedragingen in de veiligheidsringen en -gebieden

Onderdeel van Noodverordening Keningsdei 2026 Dokkum

1.. Het is verboden op een openbare plaats of openbaar vaarwater in een voor publiek toegankelijk gebouw of vaartuig binnen ring 3 voorwerpen of stoffen bij zich te hebben waarvan aannemelijk is dat deze zijn meegebracht of aanwezig zijn om de openbare orde en veiligheid te verstoren dan wel schade aan zaken of letsel aan personen toe te brengen. 2.. Eenieder is verplicht een aanwijzing van een toezichthouder inzake het zich ontdoen van de in het eerste lid bedoelde voorwerpen of stoffen onmiddellijk op te volgen. 3.. Het is verboden om gezichtsbedekking, zowel bestaande uit voorwerpen als kleding (zoals onder andere helm, masker of bivakmuts) binnen de derde veiligheidsring te dragen met de intentie om herkenbaarheid te bemoeilijken of frustreren. 4.. Als in het kader van de openbare orde of veiligheid of bij een calamiteit, een evenement of om een andere reden verwijdering van losse objecten of voorwerpen, waaronder onder andere afval- en bloembakken, windschermen, (winkel)uitstallingen, (terras)meubilair, geluidsapparaten, bouw- en steigermateriaal, binnen de derde veiligheidsring noodzakelijk is, is de houder verplicht deze op eerste aanwijzing van een toezichthouder te verwijderen of te verplaatsen. 5.. Het is verboden binnen de derde veiligheidsring in een voertuig te rijden of deze te verplaatsen, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door of namens de burgemeester. Ter uitvoering hiervan kunnen inritten, garages en parkeergelegenheden feitelijk ontoegankelijk worden gemaakt. 6.. Het is verboden op wateren binnen de derde veiligheidsring, welke op de bijgevoegde kaart in bijlage 2 zijn aangeduid als wateren waar een vaarstremming geldt, in een vaartuig te varen of deze te verplaatsen, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door of namens de burgemeester. 7.. Het is verboden binnen het gebied dat op de bijgevoegde kaart in bijlage 3 is aangeduid als autoluw gebied in een voertuig (met uitzondering van gehandicaptenvoertuigen zonder motor en scootmobielen), op een fiets of op een fiets met trapondersteuning te rijden, behoudens een ontheffing, tenzij hiervoor toestemming is gegeven door of namens de burgemeester.

Rechtspraak bij dit artikel