Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.2

Artikel 3.2.4

Omgevingsvergunning

Onderdeel van Participatiebeleid gemeente Krimpenerwaard 2026

Met de komst van de Omgevingswet geldt bij alle aanvragen voor een omgevingsvergunning de aanvraagvereiste participatie. Dit houdt in dat de initiatiefnemer bij de aanvraag moet aangeven of er participatie heeft plaatsgevonden, en zo ja, hoe inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. De doelstelling hiervan is niet het voorschrijven van de vorm van participatie. Initiatiefnemers hebben volledige vrijheid in hoe zij participatie vormgeven, maar worden gestimuleerd om het gemeentelijke participatiebeleid als leidraad te gebruiken. Geen participatie uitgevoerd Als een initiatiefnemer aangeeft geen participatie te hebben uitgevoerd, is dit geen reden om de vergunning te weigeren. De gemeente kan deze informatie echter wel meenemen in de integrale belangenafweging bij de besluitvorming. Daarnaast kan de gemeente gebruikmaken van bevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb), bijvoorbeeld het horen van belanghebbenden, om aanvullende informatie te verkrijgen. Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) Voor sommige activiteiten die buiten het Omgevingsplan vallen (zogenaamde BOPA-activiteiten) heeft de gemeenteraad participatie verplicht gesteld via de Lijst verplichte participatie Omgevingswet gemeente Krimpenerwaard 2024. Voor reguliere activiteiten blijft participatie door initiatiefnemers formeel vrijwillig. Initiatiefnemers leveren bij de aanvraag een verslag aan van de uitgevoerde participatie en de resultaten. De vorm van participatie is aan de initiatiefnemer zelf, maar moet aantoonbaar zorgvuldig zijn. Als geen participatie heeft plaatsgevonden bij een BOPA-activiteit, kan de gemeente de initiatiefnemer verzoeken om alsnog informatie aan te leveren over de uitgevoerde participatie en de resultaten daarvan. Indien deze informatie niet wordt aangeleverd, kan de gemeente de aanvraag buiten behandeling laten. Beoordeling van participatie De gemeente beoordeelt altijd of een participatietraject voldoende en zorgvuldig is verlopen. De beoordeling is een collegebevoegdheid, ondersteund door interne beleidsregels over hoe participatietrajecten van initiatiefnemers worden getoetst. Mogelijke interventies van de gemeente bij onvoldoende participatie Wanneer participatie door een initiatiefnemer onvoldoende blijkt, kan de gemeente verschillende aanvullende stappen ondernemen om de belangen van de omgeving alsnog te borgen: Actief contact opnemen met belanghebbenden De gemeente kan zelf contact zoeken met omwonenden, organisaties of maatschappelijke partijen om te achterhalen wat er leeft rond het initiatief. Gerichte oproep voor inbreng Bij aanvragen die volgens de reguliere procedure worden behandeld, kan de gemeente actief een oproep doen om standpunten en belangen kenbaar te maken. Deze reacties worden meegewogen bij de voorbereiding van het besluit. Toepassen van de uitgebreide voorbereidingsprocedure Indien de aanvraag daarvoor in aanmerking komt, kan het college besluiten de uitgebreide voorbereidingsprocedure toe te passen (artikel 16.36 Omgevingswet). In dat geval wordt een ontwerpbesluit ter inzage gelegd en kunnen belanghebbenden formele zienswijzen indienen. Een aanvraag komt in aanmerking voor de uitgebreide voorbereidingsprocedure wanneer dit wettelijk verplicht is (bijvoorbeeld bij m.e.r.-plichtige activiteiten), of wanneer het college, gelet op de aard, omvang, locatie of gevolgen van de activiteit, dit nodig acht om een zorgvuldige belangenafweging mogelijk te maken. Door deze instrumenten bewust in te zetten, kan de gemeente waarborgen dat de omgeving ook bij onvoldoende participatie door initiatiefnemers op een passende en transparante manier wordt betrokken. Participatie blijft dan een krachtig middel om draagvlak, betrokkenheid en kwaliteit in de besluitvorming te versterken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel