Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 3

Vorm van de bijstand

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026

1.. Bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verstrekt. 2.. Bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien: a.. de bijstand betrekking heeft op de noodzakelijke vervanging of reparatie van bestaande duurzame gebruiksgoederen; b.. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende binnen een periode van maximaal 12 maanden over voldoende middelen zal beschikken om in de kosten te voorzien; c.. de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; d.. de aanvraag betrekking heeft op een door de belanghebbende te betalen waarborgsom. 3.. Een geldlening wordt renteloos verstrekt en wordt terugbetaald, waarbij rekening wordt gehouden met de draagkracht van de belanghebbende. 4.. De maximale hoogte van de bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening bedraagt 36 maal 5% van de op het moment van toekenning geldende bijstandsnorm. Het meerdere wordt om niet verstrekt. 5.. De aflossingstermijn van een renteloze geldlening bedraagt maximaal 36 maanden. 6.. Het college kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in dit artikel indien de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende daartoe aanleiding geven.

Rechtspraak bij dit artikel