Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 36

Algemene bepalingen voor reiskosten

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2026

1.. Reis -en verwervingskosten die samenhangen met arbeid, participatie of een re-integratietraject worden gefinancierd vanuit het daarvoor bestemde participatiebudget en komen niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. 2.. Bijzondere bijstand voor reiskosten kan uitsluitend worden verleend indien het bezoek gericht is op: een gedetineerde; een uit huis geplaatst kind; een verpleegde of verzorgde; of een specialisten bezoek als bedoeld in artikel 37. 3.. Bij verblijf van een gedetineerde, verpleegde of verzorgde van vier weken of langer, kan bijzondere bijstand voor reiskosten worden verleend met inachtneming van de volgende maximale bezoekfrequentie: twee bezoeken per week bij een partner of eerstegraads familielid; één bezoek per week bij een tweedegraads familielid; één bezoek per drie weken bij een derdegraads familielid. In afwijking van de eerste volzin kan voor bezoek aan een partner of eerstegraads familielid dat is opgenomen in een ziekenhuis bijzondere bijstand worden verleend tot maximaal vijf bezoeken per week. 4.. Bijzondere bijstand voor reiskosten wordt in beginsel uitsluitend verleend indien de enkele reisafstand minimaal 30 kilometer bedraagt. 5.. De bijzondere bijstand voor reiskosten wordt toegekend op basis van de goedkoopst adequate vervoersvorm. Indien openbaar vervoer of eigen vervoer op medische gronden niet mogelijk is, kan bijzondere bijstand voor taxivervoer worden verleend. Indien gebruik wordt gemaakt van eigen vervoer, wordt de vergoeding per kilometer vastgesteld overeenkomstig het door de Belastingdienst gehanteerde bedrag voor de maximale onbelaste reiskostenvergoeding.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel