**1..** De Commissie bestaat uit vier tot zeven leden
**2..** De Commissie bevat bij voorkeur deskundigen op het gebied van:
lokale geschiedenis en erfgoed;
cultuur
taal;
cartografie, geo‑informatie, ruimtelijke ordening.
**3..** Het college wijst plaatsvervangende leden aan.
**4..** De leden en plaatsvervangende leden worden door het college benoemd.
**5..** Leden worden benoemd voor een periode van vier jaar, met mogelijkheid tot herbenoeming.
**6..** Het lid dat de hoedanigheid verliest op grond waarvan het lid is van de Commissie, treedt op dat moment af als commissielid.
**7..** De leden kunnen tussentijds ontslag nemen.
**8..** Een lid dat aftreedt of ontslag neemt doet daarvan mededeling aan de voorzitter van de Commissie die maatregelen treft om in de vacature te voorzien.
**9..** Een lid van het college kan als toehoorder vragen stellen of opmerkingen maken over de aan de orde zijnde agendapunten.
**10..** De voorzitter is bevoegd ambtenaren en andere deskundigen uit te nodigen tot het deelnemen aan de vergaderingen van de Commissie.