Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.3

Twee takken van inwonerparticipatie

Onderdeel van Visie op inwonerparticipatie: Betrokken inwoners, sterk lokaal bestuur.

Om inwonerparticipatie goed vorm te geven moet helder zijn over welke soort inwonerparticipatie we het hebben en welke rollen daarbij horen. We onderscheiden daarom twee hoofdvormen van inwonerparticipatie, waarbij zowel de rol van de gemeente (college of raad) als die van inwoners anders is: Beleidsbeïnvloedende inwonerparticipatie (“Inwonermacht”): Hierbij gaat het om inwonerparticipatie die gericht is op invloed uitoefenen op het beleid (zoals stemmen, gebruik maken van inspraak en medezeggenschap), maar ook op advisering en coproductie wat betreft initiatieven vanuit de gemeente. Zelfredzame inwonerparticipatie (“Inwonerkracht”): Hierbij gaat het om vormen van inwonerparticipatie, waarbij inwoners vooral zelf aan de slag gaan met een initiatief en daarbij de gemeente kunnen vragen bij te dragen. Ook kunnen inwoners door het uitdaagrecht de ruimte vragen om taken van de gemeente over te nemen (zie paragraaf 1.3.2.2). 1.3.1. Beleidsbeïnvloedende inwonerparticipatie: gemeente bepaalt ruimte voor participatie Bij beleidsbeïnvloedende inwonerparticipatie staat de gemeente vanaf het begin aan het roer: de gemeente, waarbij soms het college aan zet is en op andere momenten de raad, bepaalt hoeveel ruimte er geboden wordt aan inwonerparticipatie binnen de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van het beleid en welke vorm van inwonerparticipatie hierbij hoort. Als gemeente gebruiken we de ‘participatieladder’. Dit is een landelijk hulpmiddel dat laat zien op welke manieren inwoners kunnen meedoen. Met andere woorden, hoeveel ‘inwonermacht’ er is. De participatieladder start bij de stap ‘informeren’. Het is goed om te noteren dat de rekenkamer Heumen recent concludeerde dat inwonerparticipatie tweerichtingsverkeer is met ruimte voor daadwerkelijke inbreng en invloed van inwoners2Rekenkamer Heumen. (2025). Rekenkamerbrief participatie. Kenmerk 286300.. Vanuit die visie zullen we de treden inzetten. De ladder helpt ons als college en gemeenteraad te bepalen hoeveel invloed inwoners hebben in elke fase van een beleidstraject. Soms past een hogere trede, soms een lagere. Belangrijk is dat we transparant en eerlijk communiceren over de kaders, de verwachtingen en de ruimte die er is. Het is belangrijk dat we inwoners niet alleen informeren, maar ook echt betrekken waar dat kan. Zo maken we vooraf duidelijk wat inwoners kunnen verwachten. Figuur 1: Participatieladder 1.3.2. Zelfredzame inwonerparticipatie: de inwoners aan zet Bij zelfredzame inwonerparticipatie, wat we als gemeente liever ‘inwonerkracht’ noemen, staan de inwoners zelf aan het roer. We zien deze vorm van inwonerparticipatie als een proces van onderop, waarbij inwoners het initiatief nemen. Het gaat daarbij in eerste instantie over informele organisatiekracht: iets willen betekenen voor je gemeenschap, samen de handschoen oppakken, een initiatief nemen of anderen steunen in hun initiatief. Als buurt, met een gedeelde interesse, of vanuit expertise. Voorbeelden van inwonerkracht zijn buurtinitiatieven, zoals het starten van een moestuin of het opzetten van een buurtplatform voor hulpvragen, het organiseren van een sporttoernooi of buurtfeest, maar ook het onderhouden van een speeltuin of groenstrook. Waar mogelijk geeft de gemeente ruimte voor maatschappelijke initiatieven en kan als partner optreden in samenwerking met het initiatief. Inwoners kunnen bij hun initiatief ook de hulp van het college en de ambtelijke organisatie vragen of de gemeente zelfs een voorstel doen om een bepaalde taak over te nemen. Daarbij geldt dat de rol van de gemeente bij elk initiatief anders kan zijn. Om deze verschillende rollen helder te hebben en zo de verwachtingen tussen gemeente en inwoners duidelijk te maken, zetten we de ‘participatietrap’ in. Dit landelijke instrument helpt om helder te krijgen hoe we als gemeente (college, raad en ambtelijke organisatie) mogen, willen dan wel moeten aansluiten bij initiatieven van inwoners. Zo spreken we vooraf goed af wat de rol van de gemeente kan zijn. Figuur 2: Participatietrap 1.3.2.1 Bijdrage van de gemeente De gemeente waardeert het zeer dat inwoners samen aan de slag gaan om hun buurt of wijk een stukje mooier te maken of verder op de kaart te zetten. Omdat het de onderlinge band tussen inwoners versterkt, waardering van de gemeenschap bevordert en de ambities van gemeente met betrekking tot brede welvaart helpt realiseren. Wanneer inwoners voor hun initiatief (financiële) hulp nodig hebben van de gemeente, kunnen zij daarvoor bij het college een aanvraag indienen. Voor initiatieven die inwoners zelf kunnen uitvoeren, zonder hulp van het college en de ambtelijke organisatie, kan een “vonkje” aangevraagd worden. Initiatieven waarvoor inwoners een grotere financiële bijdrage of de hulp van het college of de ambtelijke organisatie nodig hebben, kan een “projectinitiatief” ingediend worden. Inwoners doen dan niet met de gemeente mee, maar de gemeente met de initiatiefnemers om de inwonerskracht te versterken. 1.3.2.2 Uitdaagrecht Inwonerkracht kan ook nog een stap verder gaan. Inwoners en maatschappelijke partijen, zoals bijvoorbeeld vrijwilligersorganisaties en buurtverenigingen, kunnen een verzoek aan het college doen om een gemeentelijke taak over te nemen als zij denken deze taak beter, efficiënter of goedkoper uit te kunnen voeren. Dit wordt het ‘uitdaagrecht’ genoemd. Voorbeelden hiervan zijn het beheer van een park of speeltuin, het onderhoud van openbare voorzieningen of de organisatie van lokale evenementen of diensten. Het college stelt voorwaarden op waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is en beoordeelt het verzoek van de initiatiefnemer op haalbaarheid, kwaliteit, kosten, risico’s en juridische kaders. Daarna volgt een beslissing over het eventueel overdragen van de taak. Het college blijft wel altijd aan zet om toezicht te houden op de kwaliteit en naleving van de overgenomen taak.

Rechtspraak bij dit artikel