Anders dan bij de eerdere inspraakverordening, ziet de verordening inwonerparticipatie erop toe dat inwonerparticipatie op drie momenten plaatsvindt: bij de voorbereiding, uitvoering én evaluatie van beleid. Op deze drie momenten staat de gemeente stil bij enkele centrale vragen om het inwonerparticipatietraject helder vorm te geven. Dit kan landen in de participatieparagraaf van een beleidsvoorstel, projectplan of raadsvoorstel. De gemeente, in sommige gevallen het college en in andere gevallen de raad, is altijd zelf aan zet om deze kaders te stellen.
Doel van het traject: Waarom wordt participatie ingezet?
Participatievraag: Wat willen we van inwoners weten of met hen bespreken?
Kaders: Wat staat al vast en waarover kunnen inwoners nog meedenken?
Betrokkenen: Wie worden uitgenodigd om mee te doen?
Participatievorm: Op welke manier worden inwoners betrokken?
Tijdspad: Wanneer vinden de participatiemomenten plaats?
Verwerking van input: Hoe wordt de inbreng van inwoners meegenomen in besluitvorming?
Terugkoppeling: Hoe worden inwoners geïnformeerd over de uitkomsten en de verwerking van de input?
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Inwonerparticipatie op drie momenten
Onderdeel van Visie op inwonerparticipatie: Betrokken inwoners, sterk lokaal bestuur.