Bij de beoordeling of giften uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, lid 2, onderdeel s, van de wet, beschouwt de gemeente Sluis de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:
giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand of een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verstrekt had kunnen worden;
giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten;
giften waarmee probleemschulden zijn betaald die zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand;
giften die direct bijdragen aan de kans op arbeidsinschakeling of die noodzakelijk zijn voor maatschappelijke participatie;
giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, lid 8, van de Wet, met een waarde tot maximaal € 100,- per jaar;
giften van de werkgever als deze onbelast zijn;
giften in natura van de voedselbank, kledingbank, speelgoedbank en kerkgenootschappen en daarmee vergelijkbare religieuze instellingen; en
ontvangsten van thuiswonende kinderen tot een maximum van 20% van de gehuwdennorm zoals bedoeld in artikel 21, onderdeel b, van de wet.
Voor zover het gezamenlijke bedrag aan giften en opbrengsten uit loterijen in een kalenderjaar het in lid 1 genoemde vrij te laten bedrag overschrijdt, wordt het meerdere aangemerkt als inkomen in de maand waarin de gift is ontvangen en de overschrijding plaatsvindt. Als dit meerdere niet volledig kan worden verrekend met de uitkering over die maand, wordt het resterende bedrag tot het vermogen gerekend.
Artikel 2.
Vrijlaten van giften
Onderdeel van Beleidsregels Vermogen, giften en overige middelen Participatiewet gemeente Sluis