Motorvoertuigen behoren tot het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet.
Motorvoertuigen met een gezamenlijke waarde tot € 5.000,- worden niet tot het vermogen gerekend.
Als de waarde meer bedraagt dan € 5.000,- dan wordt het meerdere aangemerkt als vermogen als bedoeld in artikel 34 van de wet.
Als een motorvoertuig meer dan 10 jaar oud is wordt deze geacht volledig afgeschreven te zijn en telt deze voor de waardebepaling niet mee, tenzij redelijkerwijs kan worden vastgesteld dat het voertuig, gelet op het merk en type, een uitzonderlijk hoge economische waarde vertegenwoordigt.
In afwijking van het gestelde in de voorgaande leden van dit artikel kan bij de vermogensvaststelling in incidentele gevallen de (meer)waarde van motorvoertuigen buiten beschouwing worden gelaten als het motorvoertuig/de motorvoertuigen onmisbaar is/zijn in verband met werk en/of invaliditeit en verkoop van het motorvoertuig in redelijkheid niet kan worden gevergd.
Voor de waardevaststelling van auto’s en de motoren dient gebruik gemaakt te worden van de ANWB Koerslijst.
Als sprake is van een motorvoertuig die in het maatschappelijk verkeer wordt gezien als klassieker dan wordt in afwijking van lid 4 van dit artikel de waarde van het motorvoertuig vastgesteld op basis vaeen door een erkend taxateur opgesteld taxatierapport.
Artikel 6.
Vrijlating motorvoertuigen
Onderdeel van Beleidsregels Vermogen, giften en overige middelen Participatiewet gemeente Sluis