Bouwmelding te vroeg
Een bouwmelding mag maximaal 12 maanden voor de start van de bouwwerkzaamheden worden ingediend. Wordt er gestart met de bouwwerkzaamheden na de periode van 12 maanden dan is er geen sprake meer van een melding en wordt gehandeld conform het bovenstaande geldt voor het niet indienen van een bouwmelding.
Wijzigingen gedurende bouwperiode
Wanneer er wijzigingen optreden ten opzichte van de ingediende bouwmelding moet dat gemeld worden bij de gemeente. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het tussentijds overstappen naar een andere kwaliteitsborger of het wisselen van het instrument van kwaliteitsborging. Worden deze wijzigingen niet gemeld en er wordt geconstateerd dat niet conform de ingediende melding wordt gehandeld wordt handhavend opgetreden door het opleggen van een bouwstop, vergezeld van een voorgenomen last onder dwangsom.
Bouwen zonder kwaliteitsborger
Wanneer geconstateerd wordt dat er bouwwerkzaamheden plaatsvinden zonder dat een kwaliteitsborger is aangesteld, wordt een bouwstop opgelegd, vergezeld van een voorgenomen last onder dwangsom.
Twijfels over kwaliteit
Bij concrete twijfels over de prestatie van de aangestelde kwaliteitsborger wordt door de gemeente een melding gedaan bij de instrumentaanbieder (de eerstelijns toezichthouder op de kwaliteitsborger). Als daar onvoldoende respons uit volgt wordt door de gemeente een melding gedaan bij de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw. Bij concrete twijfels over de kwaliteit van de bouw, vraagt de gemeente in eerste instantie per brief extra informatie op bij de initiatiefnemer. Dit mag de gemeente doen op basis van de Awb en artikel 2.20 van het Bbl.
Pas als de gemeente niet tevreden is met de reactie hierop (of er komt geen reactie), gaat de gemeente over tot fysiek toezicht. Dit kan uiteindelijk resulteren in handhavend optreden door het (gedeeltelijk) stilleggen van de bouw (bij moeilijk onomkeerbare werk zoals een constructie) of het nemen van een besluit met verbod op ingebruikname van het bouwwerk.
Gelijkwaardige voorziening of geen gevolgklasse 1
Als een kwaliteitsborger constateert dat een bouwwerk niet (langer) voldoet aan de definitie van gevolgklasse 1 dan kan de kwaliteitsborger het project niet uitvoeren en wordt dit meegedeeld aan de initiatiefnemer. In dat geval moet de initiatiefnemer bij de gemeente een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit aanvragen of de werkzaamheden in overeenstemming brengen met gevolgklasse 1.
Komen partijen pas na de start er achter dat een bouwwerk geen gevolgklasse 1 is, bijvoorbeeld door de noodzaak een gelijkwaardige maatregel toe te moeten passen voor brand of constructies, dan moet de kwaliteitsborger zich terugtrekken uit het project en vervalt de bouwmelding. De kwaliteitsborger moet dit ook melden aan de gemeente. Vervolgens moet er alsnog een omgevingsvergunning een bouwactiviteit worden aangevraagd bij de gemeente en ligt de bouw stil totdat de omgevingsvergunning is verleend en in werking is getreden.
Er volgt een formele bouwstop in combinatie met het opleggen van een last onder dwangsom om te voorkomen dat er toch wordt doorgebouwd zonder de benodigde omgevingsvergunning. Dit maakt het mogelijk om direct handhavend op te treden bij overtreding van de last.
Strijdigheid Bbl
De kwaliteitsborger is verplicht de gemeente te informeren als een strijdigheid met het Bbl is ontdekt die niet meer voor gereedmelding (staat los van de oplevering van een bouwwerk) wordt opgelost en dus een verklaring van de kwaliteitsborger tegenhoudt. De gemeente gaat ter plaatse samen met de kwaliteitsborger en initiatiefnemer dan wel aannemer naar de strijdigheid kijken. Afhankelijk van de aard van de strijdigheid vraagt de gemeente in een brief op hoe de initiatienemer van plan is het probleem op te lossen. Maar, als (al direct) blijkt dat er sprake is van een onherstelbaar feit, dan laat de gemeente in een brief weten of hier wel of niet op gehandhaafd gaat worden. Waar het gaat om constructieve veiligheid (sterkte, stijfheid en stabiliteit), gebruiksveiligheid (vallen en overbruggen van hoogteverschillen) en/of brandveiligheid (voorkomen van brand, detecteren/waarschuwen, vluchten/redden, blussen) treedt de gemeente in beginsel handhavend op. Als besloten wordt wél te handhaven, zegt de gemeente daarmee in feite “zoek maar een oplossing”, want de gemeente gaat de gereedmelding zonder verklaring van de kwaliteitsborger dan niet accepteren, wat ingebruikname in de weg staat. De bouw wordt in dat geval stilgelegd en de initiatiefnemer moet of alsnog de strijdigheid ongedaan maken of middels gelijkwaardigheid aantonen dat het bouwwerk alsnog kan voldoen aan de wet- en regelgeving.
Uitgangspunt hierbij is dus dat er wordt gehandhaafd waar het gaat om veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Er zijn verschillende mogelijkheden om handhavend op te treden. Zo kan de gemeente de ingebruikname tegenhouden zolang niet aan de regels wordt voldaan. Bij sommige overtredingen is dit echter een te zwaar middel, bijvoorbeeld bij alleen het ontbreken van bepaalde documenten in bouwdossier. Dan is bijvoorbeeld het opleggen van een dwangsom een geschikter handhavingsinstrument. Alleen wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden kan van de handhavingslijn afgeweken worden. Van handhaven kan worden afgezien als de afwijking disproportioneel is gezien de grootte van het onherstelbare feit. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij kleine afwijkingen van het Bbl, gevallen waarbij geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid is of de gemeente het vertrouwen heeft dat de strijdigheid alsnog wordt hersteld of opgelost.
De gemeente moet in de praktijk ervaring gaan opdoen wanneer afwijkingen ontoelaatbaar zijn en ingebruikname niet wordt toegestaan. Elke situatie daartussen is grijs gebied en wordt van geval tot geval beoordeeld, net als dat ook zo was voor inwerkingtreding van de Wkb. Hierbij legt de gemeente goed vast hoe in deze situatie zijn afgehandeld. Met als doel vergelijkbaar en navolgbaar handelen in vergelijkbare situaties (gelijke monniken, gelijke kappen principe), wat nu voor al handhaving het uitgangspunt is.
Verklaring kwaliteitsborger ontbreekt
Onderdeel van een volledige gereedmelding is een verklaring van de kwaliteitsborger. Wanneer een verklaring ontbreekt, omdat de kwaliteitsborger geen gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat het bouwwerk voldoet aan de wet- en regelgeving, wordt eerst nagegaan of de kwaliteitsborger eerder in het bouwproces de gemeente al heeft geïnformeerd over afwijking. Is dat niet gemeld dan zal een melding worden gedaan over de kwaliteitsborger bij de toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw. Het is vervolgens aan initiatiefnemer om aan te tonen dat op een andere manier aan de wet- en regelgeving is voldaan.
Is de gemeente wel geïnformeerd over de afwijking en de gemeente heeft aangegeven niet te handhaven op die afwijking dan staat het ontbreken van de verklaring ingebruikname niet in de weg. De gemeente zal in deze gevallen overgaan tot het opstellen van een maatwerkvoorschrift ingebruikname.
Maatwerkvoorschrift ingebruikname
Wanneer de kwaliteitsborger door een afwijking geen verklaring kan afgeven kan de gemeente de gereedmelding niet accepteren. Het pand mag dan niet in gebruik worden genomen. Omdat het verbod op ingebruikname niet altijd proportioneel is ten opzichte van het doel van de regels waaraan niet wordt voldaan kan de gemeente een maatwerkvoorschrift stellen om ingebruikname alsnog toe te staan. Het stellen van een maatwerkvoorschrift gebeurt alleen als door initiatiefnemer hier gemotiveerd om wordt verzocht. Gemotiveerd moet worden waarom de afwijking onherstelbaar is en waarom herstel van de afwijking disproportioneel zou zijn. De gemeente gaat uitsluitend over tot het stellen van een maatwerkvoorschrift als de afwijking gedurende het bouwproces is gemeld en de gemeente daarop heeft aangegeven niet te handhaven. In een maatwerkvoorschrift wordt vermeld waarom het bouwwerk niet voldoet aan de wet- en regelgeving en wordt een afweging opgenomen waarom herstel disproportioneel zou zijn. Het maatwerkvoorschrift wordt conform de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen geregistreerd (Wkpb).
Overige
Wanneer bovengenoemde handelswijze geen oplossing biedt voor een ontstane situatie wordt per geval beoordeeld hoe daar mee om te gaan. Er wordt in dat geval gezamenlijk met de kwaliteitsborger en/of aannemer e/of initiatiefnemer gezocht naar een oplossing.
Handhavingsverzoeken over bouwactiviteiten kunnen aanleiding geven om (steekproefsgewijs) controles uit te voeren.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.9.3
Overige constateringen
Onderdeel van Beleid vergunningen, toezicht en handhaving Omgevingsrecht Eersel 2026