**1..** Een bestuurlijke boete kan alleen opgelegd worden als er sprake is van objectief en subjectief verwijtbaar gedrag.
**2..** Objectieve verwijtbaarheid blijkt uit het feit dat een verplichting niet nagekomen is; subjectieve verwijtbaarheid blijkt uit de vraag of de burger wist of redelijkerwijs kon weten dat hij een verplichting had moeten nakomen.
**3..** De afweging tussen beide vormen van verwijtbaarheid en de specifieke omstandigheden, zoals die naar voren komen in het rapport, zijn bepalend voor de vraag of een bestuurlijke boete opgelegd wordt.
**4..** Overtredingen die beboet kunnen worden met een bestuurlijke boete vloeien voort uit de volgende verplichtingen uit de Wet BRP:
Vestiging uit buitenland (artikel 2.38)
Adreswijziging (artikel 2.39)
Briefadres (artikel 2.40)
Vertrek naar het buitenland (artikel 2.43)
Spontaan inlichtingen geven over burgerlijke staat en nationaliteit (artikel 2.44)
Inlichtingen geven (schriftelijk of in persoon) na aangifte (artikel 2.45)
Op verzoek inlichtingen geven (schriftelijk of in persoon) over burgerlijke staat en nationaliteit (artikel 2.46)
Inlichtingen geven (schriftelijk of in persoon) na vermoedelijk verzuim (artikel 2.47)
Informatie over verblijvende personen door instellingen of bedrijven (artikel 2.50)
Overlijden van een familielid (artikel 2.51)
Identificatieplicht (artikel 2.52)