**1..** Basis voor het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete is een rapport.
**2..** Het rapport volgt uit een onderzoek naar aanleiding van een constatering door het College van B&W dat de burger mogelijk een verplichting in de zin van de Wet BRP overtreedt, waarvoor de bestuurlijke boete kan worden opgelegd.
**3..** Een onderzoek dient altijd plaats te vinden door twee ambtenaren, waarvan één toezichthouder; het rapport dient opgesteld en ondertekend te worden door twee ambtenaren, waarvan één toezichthouder.
**4..** Het rapport moet de volgende elementen bevatten:
datum van het rapport;
naam van de overtreder;
naam en functie van de rapporteur;
omschrijving van de overtreding;
het overtreden voorschrift;
aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de overtreding is geconstateerd.
**5..** Uit het rapport moet verder blijken dat:
er aan de overtreder gevraagd is om aan een verplichting in de zin van de Wet BRP te voldoen;
hem is gewezen op zijn plicht om dit te doen;
hij ook op de hoogte is gesteld van het feit dat het niet voldoen aan zijn verplichting tot gevolg kan hebben dat hem een bestuurlijke boete wordt opgelegd;
hij weigert aan zijn verplichting te voldoen.
**6..** Als in het rapport een verklaring van de burger wordt opgenomen waarom niet aan de verplichting werd voldaan, is de ambtenaar vóóraf verplicht om de burger erop te wijzen dat hij niet tot antwoorden is verplicht. In het rapport dient opgenomen te worden dat deze “cautie” door de ambtenaar is gegeven en het moment waarop dat is gebeurd.
**7..** Een kopie van het rapport moet worden toegestuurd aan de overtreder. Dit moet gebeuren voor of bij de bekendmaking van het besluit tot het opleggen van een bestuurlijke boete. Privacygevoelige gegevens van in het rapport genoemde personen worden onzichtbaar gemaakt.
Artikel 4.
Het constateren van overtredingen
Onderdeel van Beleidsregel Bestuurlijke Boete BRP Vaals 2026