**1..** In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
**a..** bijzondere bijstand: de bijstand als bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Participatiewet;
**b..** draagkracht: het gedeelte van het inkomen en/of vermogen dat de belanghebbende geacht wordt aan te wenden om in de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd te voorzien;
**c..** draagkrachtperiode: de periode waarover de draagkracht van de belanghebbende wordt vastgesteld;
**d..** bijstandsnorm: de norm zoals bedoeld in artikel 5 sub c van de Participatiewet;
**e..** middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen als bedoeld in artikel 31, eerste lid Participatiewet;
**f..** inkomen: het totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 en 33 van de Participatiewet, met uitzondering van de middelen bedoeld in artikel 31 lid 2 Participatiewet en artikel 33 lid 5 Participatiewet.
**g..** vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 34 Participatiewet;
**h..** huishoudelijke hulp: het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van het verzorgen van het huishouden van een persoon dan wel van de leefeenheid waartoe een persoon behoort;
**i..** statushouder: Verblijfsgerechtigde vreemdeling die ingevolge de Vreemdelingenwet als vluchteling is toegelaten danwel beschikt over een op grond van een asielaanvraag verleende vergunning of over een voorwaardelijke vergunning tot verblijf.
**j..** vervoersvoorziening: een zakelijke OV-chipkaart, uitgegeven door een vervoerder, zoals bedoeld in de Wet personenvervoer 2000, op grond van een lopende dienstverleningsovereenkomst.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 1.
Artikel 4.1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregels rechtmatigheid Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Dantumadiel 2026