Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.1

Situatie cliënt

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2026

Wanneer een cliënt een ondersteuningsvraag heeft en een melding doet bij de gemeente, zal er onderzoek gedaan moeten worden naar de persoonlijke situatie van de cliënt. Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is het gesprek (paragraaf 2.5). Door zorgvuldig relevante informatie op te halen kan bepaald worden wat de meest passende oplossing is voor de ondersteuningsvraag van de cliënt. Gedurende dit onderzoek wordt gekeken naar de beperking(en) (paragraaf 1.1.1) die een cliënt heeft. Wat een cliënt zelf nog kan, ofwel de mate van eigen kracht (paragraaf 1.1.2). Welke mogelijkheden vanuit het sociaal netwerk geboden kunnen worden (paragraaf 1.1.3). En welke algemene voorzieningen eventueel een oplossing zouden kunnen bieden (paragraaf 1.1.4). 1.1.1Beperking De beperking van de inwoner dient objectiveerbaar te zijn. Dit betekent dat het mogelijk moet zijn om objectief vast te stellen dat iemand beperkingen ondervindt in zijn zelfredzaamheid en/of participatie. Het is hiervoor niet altijd nodig om een medische diagnose te hebben; het gaat om de beperkingen, niet om de oorzaak ervan. Bijvoorbeeld het gegeven dat men oud is, is op zichzelf geen indicatie voor voorzieningen in het kader van de Wmo. Wel kunnen belemmeringen, die het gevolg zijn van slijtageprocessen, die onlosmakelijk verbonden zijn met het ouder worden, aanleiding zijn een maatwerkvoorziening te bieden. 1.1.2Eigen kracht De eigen kracht van de cliënt heeft betrekking op de mogelijkheden van de cliënt om zelf bij te dragen aan zijn zelfredzaamheid en participatie. De Wmo is uitsluitend bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel van voorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem op te lossen. Deze eigen verantwoordelijkheid komt tijdens het gesprek aan de orde. Voorbeeld Uit het gesprek kan naar voren komen dat cliënt niet meer in staat is om zware taken in het huishouden te verrichten, maar dat de lichte taken nog wel zelfstandig uitgevoerd kunnen worden. Het zelfstandig kunnen uitvoeren van de lichte taken valt dan onder de eigen kracht en hiermee dient rekening gehouden te worden in de besluitvorming omtrent het eventueel verstrekken van een Wmo-voorziening. 1.1.2.1Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp valt onder de eigen kracht en is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van een huisgenoot, zoals de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten (personen die deel uitmaken van de leefeenheid van cliënt). In alle gevallen geldt dat de personen in staat moeten zijn om ondersteuning in de zelfredzaamheid en participatie te bieden. Gebruikelijke hulp wordt dus alleen verwacht als een persoon inwoont bij de cliënt. Of sprake is van inwoning wordt naar de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en zelfstandige huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten nutsvoorzieningen, voordeur en dergelijke door elkaar lopen. We spreken van gebruikelijke hulp bij begeleiding door een volwassen huisgenoot: In kortdurende situaties (maximaal 3 maanden): als uitzicht op herstel (van de zelfredzaamheid) dusdanig is dat begeleiding daarna niet meer nodig zal zijn. In langdurige situaties; Bij het normaal maatschappelijk verkeer binnen de persoonlijke levenssfeer, zoals het bezoeken van familie/vrienden, huisarts, enzovoort. Het geven van begeleiding op het terrein van de maatschappelijke participatie. Hulp bij overnemen van taken die bij een gezamenlijk huishouden behoren zoals de administratie. We spreken van gebruikelijke hulp bij het huishouden: Bij gebruikelijke hulp wordt gekeken naar de leeftijd van de huisgenoot en de gezondheidssituatie. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij op huishoudelijk gebied hun bijdragen leveren. Bijvoorbeeld door het schoonhouden van de eigen kamer en/of door het verrichten van hand- en spandiensten als het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enzovoort. Van personen van 18 tot en met 23 jaar wordt verwacht dat zij een éénpersoonshuishouden kunnen voeren. Vanaf 23 jaar wordt er verwacht dat iemand een volledig huishouden kan voeren naast een volledige baan. Bijvoorbeeld van inwonende kinderen boven de 23 wordt verwacht dat ze huishoudelijke ondersteuning als gebruikelijke hulp verlenen; ook naast een studie, een bijbaan en sociale verplichtingen. Alleen bij structurele daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten per week zullen de niet-uitstelbare taken overgenomen kunnen worden. Gebruikelijke hulp is uitgewerkt in de bijlage Protocol gebruikelijke hulp Gemeente Beverwijk bij de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Beverwijk 2021. 1.1.3Sociaal netwerk Indien de cliënt niet in staat is op eigen kracht een oplossing te realiseren wordt gekeken naar de mogelijkheden van zijn sociaal netwerk om te ondersteunen. Het sociaal netwerk van een cliënt bestaat uit ‘de personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie een cliënt een sociale relatie onderhoudt’ (artikel 1.1.1 Wmo 2015). Familieleden, huisgenoten, (voormalig) echtgenoot zijn voorbeelden van personen uit de huiselijke kring. Voorbeelden van andere personen waar de cliënt regelmatig contact kan hebben zijn buren, vrienden en medeleden van een vereniging. 1.1.3.1Mantelzorgers en vrijwilligers Mantelzorgers en vrijwilligers kunnen mogelijk ondersteunen bij de hulpvraag van de cliënt. Deze hulp is echter niet afdwingbaar. Een mantelzorger biedt ondersteuning aan een cliënt vanwege een bestaande sociale relatie tussen de twee. Het verschil met gebruikelijke hulp is dat een mantelzorger niet met de cliënt in een huis hoeft te wonen. Een vrijwilliger biedt ook ondersteuning, maar niet per se op basis van een bestaande sociale relatie. Het is belangrijk om rekening te houden met de belangen van de mantelzorger en diens dreigende overbelasting. In paragraaf 2.5 wordt aandacht besteed aan de wijze waarop de gemeente tijdens het onderzoek aandacht heeft voor de mantelzorger. 1.1.4Algemene voorzieningen Als een cliënt via zijn sociaal netwerk geen uitkomst kan vinden, wordt er gekeken naar algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen zijn diensten of activiteiten die toegankelijk zijn voor alle inwoners. Indien iemand gebruik kan maken van een algemene voorziening om deels, of volledig te voorzien in zijn ondersteuningsbehoeften wordt dit van de cliënt verlangd en gaat dit voor op een maatwerkvoorziening. Indien noodzakelijk kan aanvullend een maatwerkvoorziening worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel