Naar hoofdinhoud

4.

Artikel 13.

Criteria voor bekwaamheid pgb

Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Steenbergen

Een cliënt wordt bekwaam geacht een pgb te beheren als aan de volgende criteria wordt voldaan: de cliënt, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, is in staat de eigen situatie te overzien, zelf de zorg te kiezen, zelf zorg te regelen en aan te sturen, en de kwaliteit en voortgang van de zorg te bewaken; de cliënt, dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, is goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb en is in staat de aan het pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Deze taken omvatten onder andere het opstellen van een budgetplan, het afsluiten van een zorgovereenkomst, het nakomen van werkgeversverplichtingen en het afleggen van verantwoording over de besteding van het pgb; er is bij de cliënt geen sprake van de volgende omstandigheden: aantoonbare schuldenproblematiek, aantoonbare gok- of drugsverslaving, aantoonbare fraude in het verleden, aantoonbaar analfabetisme of onvoldoende taal- of rekenvaardigheid, medisch aantoonbare sterke vergeetachtigheid/ verstandelijke beperking/ psychische stoornis, het leiden van een zwervend bestaan (welke een belemmering oplevert voor het beheer van een pgb), een dusdanige progressieve aandoening (of een kind in de groei) waarbij te verwachten is dat cliënt de met het pgb aan te schaffen hulpmiddel of sportvoorziening niet gedurende de gehele termijn van zeven jaar (vijf jaar in geval van een sportvoorziening) kan gebruiken en de maatwerkvoorziening tussentijds dient te worden vervangen.

Rechtspraak bij dit artikel