Naar hoofdinhoud

11.

Artikel 47.

Productcategorieën

Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Steenbergen

Onder vervoersvoorzieningen vallen diverse producten. (Rolstoel)taxivervoer Het (rolstoel)taxivervoer wordt uitgevoerd in de vorm van Kleinschalig Collectief Vervoer (hierna: KCV) , ook wel ‘Deeltaxi’ genoemd. Het KCV is in de meeste gevallen een toepasselijke voorziening om aan de ondersteuningsbehoefte van een cliënt te voldoen. Om ouderen voorliggend breder te ondersteunen en bij te dragen aan hun zelfredzaamheid wordt er vanaf 75 jarige leeftijd gewerkt met een verkort aanvraagformulier. Een cliënt kan bij gebruik van het KCV op twee manieren worden begeleid: door een sociale begeleider; door een verplichte begeleider. De behoefte aan begeleiding vóór of na de rit is geen reden voor verplichte begeleiding in het kader van de Wmo. Een uitzondering op deze regel is iemand die in een zelfstandig wooncomplex woont en niet in staat is om zich zelfstandig van de voordeur van de woning naar de centrale hal te verplaatsen en ditzelfde probleem op plaats van bestemming ondervindt. Deze persoon kan in aanmerking komen voor een indicatie verplichte begeleiding als hij zelf geen maatregelen kan treffen voor deze belemmeringen. Wanneer de cliënt behoefte heeft aan een begeleider na de rit (bijvoorbeeld bij het winkelen), dan is het meenemen van deze zogenaamde sociale begeleider wel mogelijk, maar dan tegen 2x het Wmo-tarief. Indien de cliënt een indicatie heeft voor verplichte begeleiding, is het de cliënt niet toegestaan om zonder begeleiding te reizen (dit zal worden geweigerd door de vervoerder). Indien er een medisch onderbouwde reden is voor een contra-indicatie voor het KCV, kan het college een alternatieve vervoersvoorziening verstrekken. Als richtlijn kunnen onderstaande gevallen als contra-indicatie voor het KCV gezien worden: de klant heeft liggend vervoer nodig; er is sprake van chronische incontinentie, fobische/psychische klachten of niet behandelbare epilepsie; het vervoer is fysiek of mentaal te belastend voor de klant; de combinatie klant + rolstoel weegt meer dan 350 kg; de klant heeft ernstige allergieën voor stoffen in de taxi; de rolstoel kan niet veilig worden vastgezet; sociaal storend gedrag (agressie, onrust, decorumverlies e.d.) dat niet door middel van persoonlijke begeleiding te corrigeren is. Dit betreft met name gevolgen van een handicap die voor medepassagiers storend is. Het betreft hier meer een sociaal-maatschappelijk probleem, met een zeer directe en aanwijsbare medische achtergrond. Aanpassing van de auto Een cliënt kan in aanmerking komen voor aanpassing van de auto indien KCV of een alternatieve vervoersvoorziening niet voldoende zijn om het gewenste resultaat te bereiken. In dat geval dient de cliënt of iemand in het huishouden over een geldig rijbewijs te beschikken. Het maakt niet uit of de cliënt zelf de auto bestuurt of als passagier wordt vervoerd met de auto. Onderscheid wordt gemaakt tussen autofaciliteiten en autoaanpassingen. Autofaciliteiten zijn niet specifiek voor personen met een beperking ontwikkelde voorzieningen, die ook door personen zonder beperkingen worden aangeschaft. Autoaanpassingen zijn specifiek voor personen met een beperking ontwikkeld. Hulpmiddelen t.b.v. vervoer Er zijn diverse hulpmiddelen beschikbaar die een cliënt kunnen ondersteunen in het verplaatsen in zijn/haar directe leefomgeving. Voorbeelden zijn een scootmobiel of een fietsvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel