Naar hoofdinhoud

11.

Artikel 49.

Bepalen omvang van de ondersteuning

Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Steenbergen

Persoonlijke vervoersbehoefte Wanneer een melding wordt gedaan in verband met een vervoersprobleem wordt er onder meer gekeken naar de zelfstandige vervoersbehoefte van de cliënt. Hierbij houdt het college rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de cliënt. Er zijn twee terreinen waarop een belemmering van vervoer mogelijk is: Vervoer op korte en middellange afstand (tussen de 0 en 1.500 meter); in de woonomgeving, het loop- en fietsvervoer. Vervoer op langere afstand (1500 meter tot +/- 20 km); de afstand waarvoor personen zonder beperking het openbaar vervoer zouden nemen. Het is mogelijk dat de cliënt op beide afstanden belemmeringen ondervindt. Dit kan tot gevolg hebben dat de cliënt voor beide terreinen gecompenseerd moet worden. Omvang (rolstoel)taxivervoer (CVV) Voor zowel het (rolstoel)taxivervoer middels zorg in natura als middels een pgb geldt een maximum aan het aantal kilometers dat cliënten per jaar kunnen reizen (extra gereden kilometers worden niet door het college vergoed). Het maximum aantal kilometers per jaar bedraagt 1.500 kilometer. Omvang autoaanpassing In het geval van autoaanpassingen (m.u.v. een speciale autostoel), moet de noodzaak van de aanpassingen ten behoeve van een volwassene blijken uit de zogenaamde restreintbepalingen die het Centraal Bureau Rijvaardigheden (CBR) op het rijbewijs heeft gezet. Restreintbepalingen zijn de beperkende voorwaarden waaraan de auto van een persoon met een beperking moet voldoen. Als de auto door middel van aanpassingen niet voldoet aan die bepalingen mag de persoon waar het over gaat, niet met die auto rijden. Een auto zal slechts worden aangepast indien aannemelijk is dat de auto nog (minimaal) 7 jaar gebruikt kan worden en deze in het bezit is van de cliënt of iemand binnen de leefeenheid. Hierbij wordt overigens wel afgewogen wat de kosten van de aanpassing zijn in relatie tot de leeftijd van de auto. Indien de verwachting is dat de auto op basis van de leeftijd geen 7 jaar meer mee gaat, kan het aanpassen van de auto mogelijk toch worden uitgevoerd als er sprake is van relatief lage kosten voor de aanpassing. Bij een verzoek tot vervanging van de autoaanpassing zal te allen tijde worden beoordeeld of de aanpassingen technisch en ergonomisch gezien aan vervanging toe zijn. Het is niet per definitie de bedoeling om autoaanpassingen elke zeven jaar te vervangen. Bij vervanging van de auto dient, bij autoaanpassingen die uitwisselbaar zijn, bekeken te worden of de aanpassingen overzetbaar zijn. Eenzelfde aanpassing wordt in principe maximaal eens per zeven jaar verstrekt. Bovendien zal worden beoordeeld of cliënt nog steeds is aangewezen op een dergelijke voorziening of dat er gezien de gewijzigde omstandigheden een andere, mogelijk goedkopere, oplossing noodzakelijk is. Omvang hulpmiddel Wanneer na onderzoek blijkt dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is in verband met de verplaatsingsbehoefte van de cliënt, wordt door de adviseur de categorie van de voorziening bepaald (volgens de categorie-indeling zoals afgesproken met de leverancier) en wordt er, indien nodig, een programma van eisen opgesteld. Snelheid scootmobiel Een scootmobiel wordt standaard afgesteld op een snelheid van 12 km/h. Er kan voor gekozen worden om de snelheid te verlagen naar 8 km/h, bijvoorbeeld indien iemand voornamelijk binnenshuis (bijv. in een verzorgingstehuis) rijdt en slechts korte afstanden in de direct omgeving rijdt. Het is dan niet noodzakelijk om 12 km/h te kunnen rijden. Er kan ook worden gekozen voor een kleinere uitvoering scootmobiel. Verkeersinzicht en reactievermogen kunnen ook reden zijn om de snelheid af te stellen op 8 km/h. Indien cliënt een scootmobiel in bruikleen heeft en een aanvraag indient voor de verhoging van de snelheid naar maximaal 15 km/h zal dit op basis van behoefte, rijgeschiktheid en rijvaardigheid worden beoordeeld. Indien het technisch gezien mogelijk is, kan bij uitzondering de snelheid worden verhoogd naar maximaal 15 km/h. Wanneer de scootmobiel van de cliënt maximaal 12 km/h kan en niet op 15 km/h kan worden afgesteld, zal er géén andere scootmobiel aan de cliënt worden verstrekt. In principe wordt iemand voldoende gecompenseerd in zijn beperking met een scootmobiel die is afgesteld op 12 km/h, maar er wordt altijd getoetst of verhoging van de maximale snelheid wenselijk of noodzakelijk is. Indien er geen noodzaak is tot het verhogen van de maximale snelheid, komen de kosten voor het afstellen voor rekening van de cliënt.

Rechtspraak bij dit artikel