Zelf zorgen voor een woning
Het uitgangspunt is dat iedereen zelf zorg dient te dragen voor een woning. Dit geldt tevens voor een mantelzorgwoning. Indien er geen woning is, is het niet de taak van het college om voor een woning te zorgen.
Zelfstandige woonruimte
Een zelfstandige woonruimte is het uitgangspunt. Hieronder wordt verstaan die zelfstandige woonruimte, die in het kader van de Wet op de huurtoeslag ook als zodanig wordt aangemerkt. Dit geldt ook voor particuliere collectieve woonvormen (niet vallende onder de Wet langdurige zorg) die wat betreft woonfunctie vergelijkbaar zijn met zelfstandige woonruimten. Het college kan een maatwerkvoorziening in de aanpassingskosten van een woonwagen verlenen indien:
de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal 5 jaar is;
de standplaats niet binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt;
de woonwagen ten tijde van de indiening van de melding bij de gemeente op een standplaats stond;
de hoofdbewoner van een woonwagen valt onder de doelgroep zoals vermeld in de Huisvestingswet.
Uitgesloten woonruimten
Uitgangspunt is dat een maatwerkvoorziening langdurig door de cliënt moet kunnen worden gebruikt. Voor onder meer woningen/ woonruimten zoals hieronder genoemd, geldt dat deze in principe niet voor langdurig gebruik worden aangemerkt en wordt er geen maatwerkvoorziening verstrekt:
hotels/pensions;
trekkerswoonwagens;
leef- en woongemeenschappen (of daarmee vergelijkbare woonvormen zoals een klooster);
tweede woningen;
vakantiewoningen en recreatiewoningen.
Er zijn echter een aantal uitzonderingen. Voor woningen met een recreatiebestemming geldt in principe dat deze niet voor langdurig gebruik worden aangemerkt. Echter, indien de cliënt staat ingeschreven op het adres van de recreatiewoning en/of het zijn hoofdverblijf is, een gedoogbeschikking voor bewoning heeft en uit onderzoek blijkt dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, dient uiteraard de afweging woningaanpassing of verhuizing te worden gemaakt. Verstrekking van losse woonvoorzieningen is wel mogelijk, aangezien deze bij verhuizing meegenomen kunnen worden en hierdoor langdurig te gebruiken zijn.
Aanpassing in ADL-clusterwoningen
In ADL-clusters kunnen vanuit de Wmo maatwerkvoorzieningen worden verstrekt. Hierbij worden dubbele voorzieningen zo veel mogelijk voorkomen. Verzorging en verpleging in ADL-clusters valt onder de Zvw.
Aanbouw
Wanneer vanwege ondervonden belemmeringen een aanbouw aan een bestaande woning de goedkoopst adequate oplossing is, worden in principe onderstaande maxima aangehouden. Deze zijn gebaseerd op de richtlijnen uit het Handboek van Toegankelijkheid.
Soort vertrek
Bij aanbouw (aantal m2)
Woonkamer
30 m2
Keuken
10 m2
1-persoonsslaapkamer
10 m2
2-persoonsslaapkamer
18 m2
Toiletruimte
2 m2
Natte cel:
1. Wastafelruimte
2. Doucheruimte
2 m2
3 m2
Entree/hal/gang
5 m2
Berging
6 m2
Nieuwbouw
Wanneer de belanghebbende een woning wil (laten) bouwen en deze als gevolg van de aan te brengen bouwkundige of woontechnische voorzieningen groter moet zijn, kan hiermee rekening worden gehouden bij de bouw. Bouwkundige of woontechnische voorzieningen worden dan in principe niet vergoed.
Normaal gebruik
Onder het normale gebruik van de woning worden in ieder geval de normale (elementaire) woonfuncties verstaan zoals slapen, eten en lichaamsreiniging. Ook aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten die noodzakelijk zijn om de individuele woning van de cliënt te kunnen bereiken (uitgezonderd woongebouwen die specifiek zijn bedoeld voor gehandicapten en senioren) kunnen in het kader van de Wmo worden verstrekt. Het gebruiken van een hobby-, logeer- of recreatieruimte valt in principe niet onder het normale gebruik van de woning ingevolge de Wmo.
Stallingsruimte
Als de cliënt voor zijn participatie of zelfredzaamheid afhankelijk is van een scootmobiel of elektrische rolstoel, moet de cliënt kunnen beschikken over een adequate stallingruimte. Het vervoermiddel of de rolstoel moet daarbij beschermd zijn tegen diefstal, vernieling en weersinvloeden. Dat betekent dat er sprake moet zijn van stalling in een afgesloten ruimte (afgesloten tuin of garage) en/of een (af)dak waar de maatwerkvoorziening onder gestald kan worden. In dat geval valt het gebruik van een schuur/berging ten behoeve van het stallen van een maatwerkvoorziening wel onder het normale gebruik van de woning als voortvloeisel vanuit het toekennen van de maatwerkvoorziening (vaak eist de leverancier van de maatwerkvoorziening een geschikte stalling voor de maatwerkvoorziening). Het hebben van een volle schuur is hierin geen reden voor het gebruik van een andere stallingsvorm, deze zal dan moeten worden leeggeruimd. De stallingruimte moet voor de cliënt bereikbaar zijn.
Trapliften
Wanneer een traplift noodzakelijk is kan deze verstrekt worden in bruikleen. Er wordt maximaal 1 traplift toegekend. Wanneer meer trapliften noodzakelijk zijn om adequaat gebruik te maken van de woning dan is het verhuisprimaat van toepassing.
Bezoekbaar maken woning
De gemeente is in principe niet verantwoordelijk voor het bezoekbaar maken van een woning. Wanneer uit onderzoek blijkt dat de Wlz-indicatie ontoereikend is voor het maatschappelijk participeren en het bezoekbaar maken van de woning noodzakelijk is om te voldoen aan een aanvaardbare participatie, dan is het bezoekbaar maken van de woning mogelijk.
Bezoekbaar houdt in dat de cliënt toegang tot de woning, de woonkamer en het toilet heeft. Er worden geen aanpassingen vergoed om logeren mogelijk te maken. Tevens worden er geen bouwkundige aanpassingen verricht.
Tevens gelden bij het bezoekbaar maken van een woning de volgende voorwaarden:
de gemeente is enkel verantwoordelijk indien de cliënt in een Wlz-instelling woont gevestigd in de gemeente Steenbergen;
de woning die bezoekbaar gemaakt wordt bevindt zich in de gemeente Steenbergen;
er is niet al een andere woning voor de cliënt bezoekbaar gemaakt;
de maximale vergoeding voor het bezoekbaar maken van de woning is € 1.500,-
Onderhoud, reparatie en verzekering van losse hulpmiddelen
Voorzieningen die door het college verstrekt worden in natura worden door de leverancier onderhouden en indien nodig gerepareerd. Kosten voor onderhoud, reparatie van voorzieningen die in de vorm van een pgb worden verstrekt, worden vergoed op declaratiebasis, tot de kostprijs van een verstrekking in natura is bereikt. Uitgezonderd hierop zijn de goedkoopst, adequate voorzieningen die niet vanuit natura verstrekt kunnen worden. Indien mogelijk dient een benodigde reparatie vooraf te worden aangegeven om te kunnen bepalen of reparatie of vervanging de goedkoopst adequate oplossing op lange termijn is. Ter voorkoming dat de reparatiekosten hoger uitvallen dan de kostprijs en/of de te verwachten levensduur van de voorziening.
12.
Artikel 52.
Afbakening van de ondersteuning
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Steenbergen