1.. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • - belanghebbende: de inwoner van de gemeente Barneveld die een beroep doet op de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 5 onderdeel d van de wet;
  • - bijstandsnorm: de norm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de wet;
  • - college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Barneveld;
  • - duurzame gebruiksgoederen: witgoed en zwartgoed;
  • - huurgrens: de maximale huurgrens, genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag;
  • - huurtoeslag: de tegemoetkoming, genoemd in artikel 1, sub e, van de Wet op de huurtoeslag;
  • - koopwoning: woning in eigendom van de belanghebbende;
  • - kostendelersnorm: de norm als bedoeld in artikel 22a van de wet;
  • - rekenhuur: de rekenhuur als omschreven in artikel 5 van de Wet op de huurtoeslag;
  • - wet: de Participatiewet;
  • - woninginrichting: meubels en lampen.
  • - woonkosten koopwoning: opgeteld en naar maand omgerekend bedrag van hypotheekrente, (eventuele) erfpachtcanon, onroerendezaakbelasting, watersysteemheffing ingezetenen en opstalverzekering, verminderd met de inkomstenbelastingteruggave die volgt uit aftrekposten uit de koopwoning;
  • - zelfstandige: de zelfstandige als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;

2.. Alle begrippen die in deze beleidsregels gebruikt worden en die niet nader omschreven zijn, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht.