Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 11

Woonkostentoeslag

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Barneveld

1.. De belanghebbende heeft aanspraak op een woonkostentoeslag als hij zijn hoofdverblijf heeft in een: huurwoning en de huurprijs lager is dan de huurgrens, maar de belanghebbende nog in afwachting is van een besluit op zijn aanvraag huurtoeslag. De woonkostentoeslag heeft de hoogte van het bedrag aan (nog niet ontvangen) huurtoeslag waarop de belanghebbende aanspraak maakt; óf hoger is dan de huurgrens. De woonkostentoeslag heeft de hoogte van het verschil tussen de huurgrens en de huurprijs. koopwoning en de woonkosten lager zijn dan de huurgrens. De woonkostentoeslag heeft de hoogte van het bedrag van de huurtoeslag als de woonkosten gelijkgesteld zouden zijn aan huur; óf hoger zijn dan de huurgrens. De woonkostentoeslag heeft de hoogte van het bedrag van de huurtoeslag als de woonkosten gelijkgesteld zouden zijn aan huur en de woonkosten evenveel zouden bedragen als de huurgrens. De woonkostentoeslag wordt vervolgens verhoogd met het verschil tussen de daadwerkelijke woonkosten en de huurgrens. 2.. Een woonkostentoeslag die aangevraagd wordt in afwachting van een besluit op de aanvraag huurtoeslag, wordt alleen verstrekt in de vorm van een lening. 3.. Zodra het toekenningsbesluit op de aanvraag huurtoeslag door de belanghebbende is ontvangen, wordt de woonkostentoeslag beëindigd en de lening geheel en ineens teruggevorderd. 4.. De belanghebbende aan wie een woonkostentoeslag om niet is verstrekt, heeft de inspanningsplicht om een goedkopere woning te verkrijgen. 5.. De woonkostentoeslag wordt verstrekt voor de periode van maximaal één jaar. 6.. Deze periode kan een maal worden verlengd met maximaal één jaar, onder voorwaarde dat de belanghebbende, naar het oordeel van het college, zich voldoende heeft ingespannen om een goedkopere woning te verkrijgen. 7.. Tijdens een verlenging, genoemd in het zesde lid, kan van belanghebbende verwacht worden dat de koopwoning verkocht wordt voor een lager bedrag dan de meest recente WOZ-waarde, ook als dat leidt tot een restschuld. 8.. De woonkostentoeslag kan worden beëindigd als de belanghebbende naar het oordeel van het college onvoldoende inspanningen verricht om een goedkopere woning te verkrijgen.

Rechtspraak bij dit artikel