**1..** Het inkomen en vermogen van de belanghebbende wordt vastgesteld zoals bepaald in paragraaf 3.4 van de wet.
**2..** In afwijking van het eerste lid worden, bij de vaststelling van het inkomen, de individuele inkomenstoeslag en de studietoeslag niet als inkomen meegerekend.
**3..** In afwijking van het eerste lid wordt, bij de vaststelling van het inkomen, geen bedrag aan pensioen vrijgelaten, als genoemd in artikel 33 vijfde lid van de wet.
**4..** De laatste uitbetaling van het inkomen, dat belanghebbende heeft ontvangen voor het indienen van de aanvraag, wordt gebruikt om het inkomen vast te stellen. Bij een betalingsperiode anders dan een maand, wordt het inkomen omgerekend naar een maandinkomen.
**5..** Als er sprake is van inkomen, dat wisselend in hoogte is, wordt het inkomen vastgesteld op het gemiddelde maandinkomen, over de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag.
**6..** Voor de vaststelling van het inkomen van de belanghebbende, die is toegelaten tot een minnelijk of wettelijk schuldhulptraject, wordt alleen het inkomen gebruikt, waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft.
**7..** Voor de vaststelling van het inkomen van de belanghebbende die in een inrichting verblijft, wordt alleen het inkomen gebruikt waarover de belanghebbende daadwerkelijk de beschikking heeft, na betaling van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage die belanghebbende voor het verblijf verschuldigd is.
**8..** In afwijking van het eerste lid worden bij de vaststelling van het vermogen spaargelden, die zijn opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen, wel in aanmerking genomen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 3
Inkomen en vermogen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Barneveld