Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 2.4.2

Gedeeld gebruik en medegebruik van infrastructuur

Onderdeel van Antennebeleid

Voor de ruimtelijke ordening zijn voor de gemeente in sommige gevallen de regels uit de Telecommunicatiewet relevant die gaan over gedeeld gebruik en medegebruik van fysieke infrastructuur, ondergronds en bovengronds. Site-sharing Telecom- en radio-operators en beheerders van telecominfra moeten over en weer infrastructuur delen na een onderling redelijk verzoek (site-sharing). De gemeente heeft hierin geen formele rol, maar kan zich hierover laten informeren in het plaatsingsplangesprek. Site-sharing houdt in dat operators of mastbeheerders zowel technisch, constructief, financieel als juridisch het delen van een bouwwerk voor antenneplaatsing met elkaar afstemmen. Het gaat vaak om een vrijstaande zendmast. Op een enkele zendmast van een telecomprovider kunnen immers best meerdere antenne- installaties aanwezig zijn. Op een enkele zendmast van circa 40 meter hoog, kunnen in theorie 3 telecomproviders hun antenne-installaties ophangen. Een masteigenaar zal het medegebruik in het algemeen slechts kunnen weigeren wanneer dit op technische bezwaren stuit, zoals storing van de gebruikte frequenties, beschikbare ruimte of draagkracht van de installatie. Deze regel slaat niet op private eigenaren van opstelpunten zoals een woningbouwvereniging. Zij bepalen zelf hoeveel ‘huurders’ zij toestaan op hun dak (Tw, art. 5a.3 lid 2 en 3). Medegebruik bij gedoogplicht Aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken moeten over en weer voldoen aan redelijke verzoeken tot medegebruik van fysieke infrastructuur waarop de gedoogplicht van toepassing is (Tw, art. 5a.3 lid 4). Het gaat om de passieve elementen van een bekabeld netwerk, zoals mantelbuizen en kabelgoten. Die kunnen bijvoorbeeld nodig zijn voor de aansluiting van antenne-installaties op een vast glasvezelnetwerk. De gemeente heeft een taak bij het faciliteren en coördineren van werkzaamheden in openbare grond en kan in haar instemmingsbesluit voorschriften opnemen over het bevorderen van medegebruik van ondergrondse voorzieningen (Tw art. 5.2, 5.4 en 5.5). Voor het beleid rond graven en aanleg kabels en leidingen in de openbare grond wordt verwezen naar de gemeentelijke regelgeving vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving (Afdeling 5.3 Ondergrondse infrastructuur). Opleggen colocatie of gedeeld gebruik Artikel 5b.1 van de Telecommunicatiewet stelt dat in specifieke gebieden bevoegd gezag (gemeente, provincie, waterschap en het Rijk) op basis van publieke belangen aan aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, colocatie of gedeeld gebruik kan opleggen van netwerkelementen (inclusief bijbehorende faciliteiten) en gedeeld gebruik van eigendom. Het opleggen van colocatie of gedeeld gebruik als instrument uit de Europese Telecomcode heeft als doel om naast de stedelijke gebieden, ook de rurale gebieden (buitengebied) zo spoedig mogelijk van snel internet te voorzien, door de uitrol van glasvezelnetwerken. Met deze bevoegdheid heeft de gemeente een instrument in handen om de uitrol van nieuwe openbare elektronische communicatienetwerken op een eerlijke, efficiënte en zorgvuldige wijze te laten verlopen. Het delen van netwerkelementen (inclusief bijbehorende faciliteiten) en gedeeld gebruik van eigendom, kan de ruimtelijke impact die de uitrol van infrastructuur met zich brengt op het straatbeeld in de dorpen en/of in een landschap in het buitengebied beperken en kan daarmee bijdragen aan het realiseren van de stedenbouwkundige en planologische doelstellingen van de gemeente. Bij het opleggen van colocatie of gedeeld gebruik geldt als voorwaarde dat de betreffende infrastructuur is aangelegd onder de gedoogplicht (Hoofdstuk 5c, Tw), of dat er sprake is van bestaande site-sharing (Hoofdstuk 5a, Tw) of van medegebruik van publieke infrastructuur (Hoofdstuk 5c, Tw). Medegebruik van publieke infrastructuur Hoofdstuk 5c van de Telecommunicatiewet stelt dat overheden na een redelijk verzoek van een telecomnetwerkbeheerder hun publieke infrastructuur beschikbaar moeten stellen voor het plaatsen van small cells. Het gaat bijvoorbeeld om gebouwen of straatmeubilair waarvan de gemeente-eigenaar is of het economisch eigendom heeft. In een privaatrechtelijke overeenkomst worden afspraken vastgelegd, zoals voorwaarden waaronder het medegebruik plaats vindt en een vergoeding voor het medegebruik of de coördinatie. De gemeente kan voor het medegebruik een marktconforme vergoeding vragen. In bijlage 4 kunt u een concept model overeenkomst terugvinden, die u hiervoor kunt gebruiken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel