Na elk jaar van de subsidieperiode dient de instelling vòòr 1 juli van
het jaar daarop een jaarverslag en jaarrekening over het afgelopen jaar,
als bedoeld in artikel 361 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, bij
burgemeester en wethouders in. In het jaarverslag geeft de instelling
aan in hoeverre zij de prestaties zoals vermeld in de budgetovereenkomst
heeft gerealiseerd.