Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3.1

De subsidieaanvraag

Onderdeel van ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING 2008

1.. Als een instelling in aanmerking wil komen voor een eenmalig subsidie, een activiteitensubsidie, een projectsubsidie of een investeringssubsidie dient deze minimaal drie maanden voor aanvang van de activiteit, de periode, het project of de investering waarvoor subsidie wordt gevraagd, een subsidieaanvraag bij burgemeester en wethouders in, tenzij in een bijzondere subsidieverordening een andere datum is bepaald. 2.. De subsidieaanvraag houdt, tenzij in een bijzondere subsidieverordening anders is bepaald, het volgende in : een door het bestuur ondertekende brief waarin de instelling aangeeft welk subsidiebedrag zij vraagt een activiteitenplan, projectplan of investeringsplan waarin de te leveren prestaties concreet en meetbaar zijn vermeld, evenals de periode waarin deze plaats zullen vinden een sluitende begroting van inkomsten en uitgaven met inbegrip van het gevraagd subsidie een opgave van de bestuurssamenstelling. 3.. Als een instelling voor de eerste maal subsidie aanvraagt verstrekt zij daarnaast de volgende gegevens : een afschrift van de statuten en het huishoudelijk reglement een beschrijving van de organisatievorm de laatste jaarrekening en het laatste jaarverslag of, als deze bescheiden ontbreken, een verslag over de financiële positie van de aanvrager op het moment van de aanvraag. 4.. Bij herhaalde aanvragen behoeven de statuten en het huishoudelijk reglement alleen te worden overlegd als hier wijzigingen in zijn aangebracht.

Rechtspraak bij dit artikel