Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4.

Bevoegdheden van het college

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Zoeterwoude 2026

1.. Het college besluit over het al dan niet verlenen, vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen, het eventuele subsidieplafond en het subsidieprogramma en, als de begroting nog niet is vastgesteld, onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld. 2.. Het college verstrekt slechts subsidie aan instellingen, die over rechtspersoonlijkheid met volledige rechtsbevoegdheid beschikken. 3.. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel kan het college subsidie verstrekken aan instellingen die niet over rechtspersoonlijkheid met volledige rechtsbevoegdheid beschikken, indien de aard en omvang van de activiteiten en/of prestaties, waarvoor de subsidie is aangevraagd, in onevenredige verhouding staan met de kosten en/of de tijdsduur, die met het voldoen aan de verplichting om een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid tot stand te brengen, zijn gemoeid. Het college kan ook van de verplichting tot rechtspersoonlijkheid afwijken als de rechtspersoon nog in oprichting is of als een bepaalde subsidieregel bedoeld is voor natuurlijke personen (individuele inwoners). 4.. Het college kan bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen en activiteiten voor subsidie in aanmerking komen en hoe het beschikbare budget wordt verdeeld. 5.. Het college is bevoegd om nadere verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden. 6.. Voor zover een in lid 4 van dit artikel genoemde subsidieregeling afwijkt van deze algemene verordening gaat de subsidieregeling voor.

Rechtspraak bij dit artikel