Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.3.

Wettelijk kader

Onderdeel van Beleidsregels uitwegen gemeente Voorst 2026

In de Algemene plaatselijke verordening (Apv) is opgenomen dat het zonder vergunning verboden is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. Per 1 januari 2026 luidt artikel 2.1.5.3 van de Apv als volgt: Artikel 2.1.5.3 (Omgevings)vergunning voor het maken, hebben, veranderen van een uitweg 1.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college: a.. een uitweg te maken naar de weg; b.. van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg; c.. verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat. 3.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd in het belang van: a.. de bruikbaarheid van de weg; b.. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c.. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d.. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. 4.. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale Omgevingsverordening of Waterschapsverordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel