Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.1.

Toetsingscriteria uitwegen binnen en buiten de bebouwde kom

Onderdeel van Beleidsregels uitwegen gemeente Voorst 2026

Burgemeester en wethouders weigeren vergunning voor een nieuwe uitweg en de verandering van een bestaande uitweg indien: Bruikbaarheid van de weg a.. de uitweg zorgt voor een verstoring van de afwatering; b.. door het maken van een uitweg of het veranderen van een bestaande uitweg nadelige gevolgen optreden voor de functionaliteit van straatmeubilair, verkeersvoorzieningen of onderdelen van het gemeentelijk riool en/of de nutsvoorzieningen; •. Indien mogelijk kan van weigering worden afgezien als verplaatsing van deze voorziening(en) mogelijk is (zijn) en de aanvrager de daarmee gemoeide kosten wil dragen; c.. er een verzamelpunt voor afvalcontainers verloren gaat en er geen alternatieve locatie in de directe nabijheid voorhanden is; d.. de uitweg tot gevolg heeft dat één of meer openbare parkeerplaatsen komen te vervallen, tenzij die binnen een afstand van 50 meter van de uitweg, op kosten van de melder, kan dan wel kunnen worden gecompenseerd; e.. een uitweg ten koste gaan van een parkeerplaats, specifiek bedoeld voor het laden van elektrische voertuigen of van een parkeerplaats die als gehandicaptenparkeerplaats is ingericht, waarbij het niet van belang is of het een algemene of individuele gehandicapten-parkeerplaats betreft; f.. het om een uitweg gaat die direct aansluit op een al dan niet van een voetpad/trottoir voorziene openbare weg, waarbij zich tussen het particuliere terrein en de openbare weg geen groenstrook bevindt en het mede daardoor voor verkeersdeelnemers niet zichtbaar en daarmee duidelijk is waar de uitweg zich precies bevindt; Veilig en doelmatig gebruik van de weg g.. de gewenste uitweg ten behoeve van een woning breder is dan 3,5 meter. Verbreding tot maximaal 6 meter is mogelijk in uitzonderlijke gevallen. Een mogelijk uitzonderlijk geval kan het bezit van een dubbele garage zijn. Door de aanvrager dient beargumenteerd te worden aangegeven dat er sprake is van een uitzonderlijk geval; h.. bij een dubbele uitweg ten behoeve van twee woningen de maximale breedte meer dan 6.00 meter bedraagt. Het samenvoegen van twee naast elkaar gelegen maar aparte uitwegen tot één uitweg is dus alleen mogelijk als de totale breedte van de (gezamenlijke) uitweg maximaal 6.00 meter bedraagt; i.. de gewenste uitweg ten behoeve van een niet in een (voormalige) woning gevestigd bedrijf breder is dan 7,00 meter of de gewenste uitweg ten behoeve van een in een (voormalige) woning gevestigd bedrijf breder is dan 3,5 meter; j.. er al een uitweg aanwezig is; In afwijking van het vorenstaande kunnen burgemeester en wethouders een tweede uitweg dan wel nog meer uitwegen toestaan, mits aan één of meerdere van de volgende aanvullende voorwaarden voldaan wordt en de overige beleidscriteria niet in het geding zijn: Het betreft: •. de ontsluiting van een woning, staande op een perceel met een frontbreedte van ten minste 25 meter, mits daardoor geen versnippering optreedt in het straatbeeld, de afstand tussen de uitwegen, gemeten aan de wegzijde van het perceel, groter is dan 15 m., de breedte van elk van de uitwegen maximaal 3.5 m. is én de noodzaak van een tweede uitweg onomstotelijk wordt aangetoond, gelet op de bruikbaarheid van het perceel; •. de ontsluiting van grotere bedrijfscomplexen, mits de noodzaak van een tweede uitweg onomstotelijk wordt aangetoond gelet op de bruikbaarheid van het perceel. Meerdere uitwegen worden toegestaan, met dien verstande dat per ten minste 25 meter frontbreedte slechts één uitweg met een maximale breedte van 7 m. aanvaardbaar is en de afstand tussen de inritten groter is dan 15 m; •. de ontsluiting van een agrarische bedrijf, waarvan het perceel op een dusdanige wijze is ingericht dat niet met één uitweg aan het principe 'vuile uitweg – schone uitweg' kan worden voldaan. Wanneer voldaan wordt aan één of meerdere van de in j genoemde voorwaarden dan mogen in geval van twee uitwegen deze gecombineerd worden tot één brede (dubbele) uitweg van maximaal 6 m. breed bij woningen en maximaal 14 m breed bij grotere bedrijfscomplexen, waarbij de afstandseis tussen de uitwegen vervalt; k.. de uitweg komt te liggen op of in de directe nabijheid van een rotonde, kruising, splitsing van wegen, opstelstroken dan wel voorsorteervakken; l.. de uitweg komt te liggen op een plaats waar onoverzichtelijke en/of onveilige situaties kunnen ontstaan; m.. de uitweg komt te liggen op een plaats waar verlichting en/of bebording is aangebracht en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kan/kunnen worden; n.. de aanleg van de uitweg de verkeersdoorstroming in belangrijke mate zal kunnen belemmeren; o.. deze komt te liggen op een plaats op het perceel van de aanvrager waar de ruimte voor het plaatsen van een personenauto in de lengterichting en daarmee haaks op de weg minder dan 5 meter zou bedragen; p.. een gesloten verharding – zoals asfalt, beton of bedrijfsvloerplaten – wordt toegepast, althans op gemeentegrond. Uiterlijk aanzien van de omgeving q.. de uitweg leidt tot parkeren in de voortuin van woningen. Van een verbod tot het parkeren in de voortuin van woningen is geen sprake als de mogelijkheid van (mede)gebruik van de tuin als parkeerplaats expliciet planologisch is toegestaan. Wanneer er naast de woning een grondstrook met een breedte van 2.5 m of meer als parkeerplaats voor een motorvoertuig beschikbaar is, ongeacht of deze strook zich voor of achter de rooilijn bevindt, kan positief worden beschikt op een aanvraag, mits er geen redenen zijn de vergunning te weigeren op grond van één of meerdere van de overige weigeringsgronden. Groenvoorzieningen in de gemeente r.. er sprake is van houtopstanden en bomen, die pas na het afgeven van een omgevings-vergunning gekapt mogen worden, moeten wijken in verband met het maken of veranderen van uitwegen, tenzij de hiervoor vereiste omgevingsvergunning is verleend; s.. de uitweg is geprojecteerd in gemeentelijk 'groen' zoals is aangegeven op de Basiskaart Grootschalige Topografie (BGT) en/of in het Omgevingsplan de functie van gemeentelijk 'groen' heeft; t.. verhardingsmateriaal, waarmee de uitweg wordt gerealiseerd, op een afstand van minder dan 2,5 meter van de stam van een bij de gemeente in eigendom zijnde boom, wordt aangebracht.

Rechtspraak bij dit artikel