De hoogte van de geharmoniseerde aanvullende jongerennorm is vastgelegd in artikel 20, derde lid van de Wet. Dit is een vast bedrag. Volgens de Wet hebben gemeenten de ruimte om op individueel niveau van dat bedrag af te wijken.
De gemeente wijkt hier in de volgende gevallen van af:
Bij het ontbreken van woonkosten, verlaagt de gemeente in principe op grond van artikel 27 van de Wet de jongerennorm met 18% van de jongerennorm;
Bij het ontbreken van woonlasten, verlaagt de gemeente in principe op grond van artikel 27 van de Wet de jongerennorm met 16% van de jongerennorm;
Als zowel woonkosten als woonlasten ontbreken, verlaagt de gemeente in principe op grond van artikel 27 van de Wet de jongerennorm met 34% van de jongerennorm;
Bij structureel lagere noodzakelijke kosten, kan de gemeente de jongerennorm verlagen op grond van artikel 18 van de Wet;
Bij structureel hogere noodzakelijke kosten, kan de gemeente de jongerennorm verhogen op basis van artikel 18 van de Wet. Deze verhoging is tot maximaal de bijstandsnorm voor een 21-jarige.
Toelichting
De kortingspercentages van onderdeel a tot en met c zijn gebaseerd op de basishuur uit artikel 16 van de Wet op de huurtoeslag (bij geen woonkosten) en de gemiddelde Nibud-bedragen voor gas, elektriciteit en water (bij geen woonlasten).
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1
Hoogte aanvullende jongerennorm
Onderdeel van Beleidsregels aanvraag en toekenning inkomensvoorzieningen Gemeente Leiderdorp 2026