Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1. › Paragraaf 2.

Artikel 10.

Benoeming wethouders

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Tytsjerksteradiel 2026

1.. Bij elke benoeming van wethouders stelt de raad, op voordracht van de griffier, een commissie ‘Benoembaarheid wethouders’ in, die onderzoek verricht naar de benoembaarheid van een of meerdere kandidaat-wethouders en de raad hierover adviseert. 2.. De ad hoc commissie bestaat uit drie leden van de raad. Bij tussentijdse benoeming van (een) wethouder(s) zal in deze commissie geen raadslid zitting hebben, behorende tot de fractie van waaruit de kandidaat wordt voorgedragen. Bij een compleet nieuwe collegebenoeming wordt deze voorwaarde losgelaten. 3.. De commissie wordt ondersteund door de griffier. 4.. De kandidaat wethouder legt tijdig de documenten en informatie over die nodig zijn voor de in het hiernavolgende lid door de commissie te verrichten toetsing. De kandidaat wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar. 5.. De commissie toetst de van de kandidaat wethouder ontvangen documenten en informatie aan de hand van in elk geval een zestal voorschriften: artikel 36a Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten); artikel 41b Gemeentewet (nevenfuncties); artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies); artikelen 41c Gemeentewet (onverenigbare of verboden handelingen) risicoanalyse integriteit en toetsen evt. beheersmaatregelen in relatie tot portefeuilleverdeling; de verklaring dat de kandidaat-wethouder de gedragscode voor burgemeester en wethouders van de gemeente onderschrijft. 6.. De commissie verricht haar werkzaamheden in een niet openbare vergadering waarvan geen verslag wordt gelegd. 7.. De kandidaat wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten. 8.. Op basis van de beoordeelde informatie formuleert de commissie een beargumenteerd openbaar advies aan de raad ten aanzien van de benoembaarheid van de voorgedragen wethouder(s). Indien de commissie niet unaniem is in haar oordeel, wordt hiervan melding gemaakt in het advies. 9.. De burgemeester geeft als bestuurlijk opdrachtgever voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. In geval wethouders opnieuw worden voorgedragen worden ze opnieuw aan een risicoanalyse integriteit onderworpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse en de eindconclusie zijn niet openbaar en wordt onder geheimhouding slechts gedeeld met de leden van de Commissie benoembaarheid. De griffier is ambtelijk opdrachtgever en contactpersoon richting het onderzoeksbureau.

Rechtspraak bij dit artikel