Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10 › Paragraaf 10.6

Artikel 10.6.1

Groeiplaats

Onderdeel van Leidraad Inrichting Openbare Ruimte 2026

Oppervlakkig wortelende bomen niet in of nabij verharding toepassen i.v.m. wortelopdruk; Minimale afstand tussen de stam van de boom en de rijbaan: minimaal 0,25 m x de kroondiameter bij volle wasdom en niet kleiner dan 1 m; Minimale afstand tussen stam van boom en verkeersregelinstallatie: 10 m; Minimale afstand tussen stam van boom en kabels en leidingen: 2,50 m zonder beschermende maatregelen; Minimale afstand tussen stam van boom en kabels en leidingen: 1,50 m met beschermende maatregelen, dit is afhankelijk van de groeiruimte aan de ander zijde van de boom; Antiworteldoek of antiwortelscherm beperkt toepassen i.v.m. instabiliteit boom; Takvrije ruimte boven wegen: 4,50 m; Takvrije ruimte boven fiets- en voetpaden: 3,50 m; Boomroosters niet toepassen Bomen bij voorkeur situeren in gras of beplanting. Inrichting groeiplaats voor de bomen conform handboek bomen 2022 hoofdstuk 4; Groeiplaatsinrichting altijd in overleg met de groenbeheerder.

Rechtspraak bij dit artikel