Naar hoofdinhoud
In dit artikel zijn de begripsbepalingen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregel. Voor het overige gelden de definities uit de Participatiewet of de Algemene wet bestuursrecht. Enkele van de begripsbepalingen uit de beleidsregel worden hieronder nader toegelicht. Lid 1 c gift Uit de wetshistorie van achtereenvolgende bijstandswetten en de jurisprudentie daaromtrent blijkt dat het bij een gift moet gaan om een bevoordeling van de ontvanger, met een onverplicht karakter (vrijgevigheid), zie bijv. ECLI:NL:CRVB:2016:1160. Daarmee wordt aangesloten bij de omschrijving van ‘gift’ in artikel 7:186, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek: Een gift is iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van het eigen vermogen verrijkt’. Voor het aannemen van een gift is het dus nodig dat sprake is van een drietal vereisten: de verarming van de gever, de verrijking van de ontvanger, als gevolg van een (onverplichte) handeling uit vrijgevigheid waar partijen zich bewust van zijn (zie ook Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:HR:AD7272). Lid 1 d Kostenbesparende bijdragen In de artikelen 31 lid 2 onder m en 18 lid 8 van de wet wordt het begrip bijdrage genoemd. Het gaat hier feitelijk om een kostenbesparende bijdrage. Dit zijn betalingen of aankopen gedaan door derden waarmee wordt bespaard op de noodzakelijke kosten van het bestaan van de bijstandsgerechtigde of leden van diens gezin. De betalingen kunnen structureel zijn (denk aan betaling van huur of zorgpremie) of incidenteel (betaling boodschappen, kleding, e.d.). Lid 1 e immateriële schadevergoeding Bij immateriële schadevergoeding als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder I van de wet, ook wel smartengeldgenoemd, gaat het om een vergoeding voor schade die niet direct in geld is uit te drukken zoals pijn, verdriet, emotioneel trauma verlies van levensvreugde of geestelijk gemis, waarvan de hoogte door de schadeverzekeraar of rechter is bepaald. Lid 1 f materiele schadevergoeding Bij materiële schadevergoeding als bedoeld in artikel 31 lid 2 onder I van de wet gaat het om een vergoeding voor schade die direct in geld is uit te drukken. Het gaat om een vergoeding voor schade of verlies van iets dat bijstandsgerechtigde al had. Bijvoorbeeld vervanging van een kapotte auto of brandschade in huis. Het kan gaan om reeds gemaakt kosten of om kosten die nog gemaakt moeten worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel