Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5:

Artikel 14:

Citeertitel

Onderdeel van Afstemmingsverordening WIJ gemeente Roerdalen

Deze verordening kan worden aangehaald als: de Afstemmingsverordening WIJ gemeente Roerdalen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20-05-2010 De gemeenteraad van Roerdalen, De griffier, de voorzitter, R.J.J. Notermans drs. C.A.M. Hanselaar – van Loevezijn ALGEMENE TOELICHTING De WIJ legt de nadruk op duurzame arbeidsparticipatie van jongeren van 16 tot 27 jaar. Om dit te bereiken is in deze wet een recht op een werkleeraanbod opgenomen. Hierop ligt de nadruk. In vergelijking met de WWB houdt dit een zogenoemde Paradigmashift in; van uitkering mits (WWB) naar geen uitkering tenzij (WIJ). Wanneer het werkleeraanbod voor een jongere, gezien zijn individuele omstandigheden, vooralsnog geen optie is of indien het werkleeraanbod onvoldoende inkomsten genereert dan kan aan deze jongere een inkomensvoorziening worden verstrekt (jongeren tot 18 jaar vallen nog onder de Algemene kinderbijslagwet). Bij weigering van een Werkleeraanbod of herhaaldelijk onvoldoende meewerken bestaat er geen recht op een inkomensvoorziening. Voornoemde paradigmashift brengt met zich mee dat groot belang wordt gehecht aan het feit dat een jongere alles in het werk stelt om liefst duurzaam te participeren op de arbeidsmarkt zodat daarmee zelfstandig in het levensonderhoud kan worden voorzien. De in dit kader in de WIJ opgenomen verplichtingen zijn dan ook met name op dit doel gericht. De afstemmingsverordening WIJ 2010 regelt de sanctionering van de inkomensvoorziening (inclusief eventuele toeslag) als bedoeld in artikel 41 WIJ. Net als bij de Wet werk en bijstand ligt het soort gedragingen globaal vast in de wet, terwijl de hoogte en duur van de verlaging onderwerp zijn van gemeentelijk beleid. Uitgangspunt van de verordening vormt het beginsel dat de uitkering wordt afgestemd op het nakomen van de verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit de wet en de verplichtingen die bij beschikking aan de jongere zijn opgelegd. Het grote belang van arbeidsparticipatie via een werkleeraanbod komt in de verordening tot uitdrukking in de onderverdeling in categorieën van gedragingen. Aan gedragingen die arbeids-participatie rechtstreeks schaden wordt overeenkomstig de strekking van de wet een relatief zwaar gewicht toegekend. Hoewel de verplichtingen genoemd in artikel 45 van de wet wat anders geredigeerd zijn dan die in artikel 9 van de Wet werk en bijstand, is voor wat betreft de indeling in categorieën waar mogelijk aansluiting gezocht bij de bestaande indeling van de Afstemmings-verordening WWB 2009. Dit geldt ook voor de hoogte van de maatregelen. Het zou immers niet consistent zijn aan een gelijksoortige gedraging van een bijstandsgerechtigde een andere maatregel toe te kennen. De wet biedt alleen de mogelijkheid om de inkomensvoorziening te verlagen met een maatregel. Daarbij gaat het wel om de inkomensvoorziening, inclusief een eventuele toeslag of verlaging en inclusief vakantiegeld (WIJ-norm). Het sanctioneren op grond van het feit dat verplichtingen niet of in onvoldoende mate zijn nagekomen, wordt in de terminologie van de wet aangeduid als het “afstemmen” van het bedrag van de inkomensvoorziening. Deze term wordt ook gehanteerd in de toelichting bij artikel 12 van de wet en komt ook tot uitdrukking in de titulatuur van deze verordening. Toch wordt er de voorkeur aan gegeven het afstemmen van de inkomensvoorziening aan te duiden als het opleggen van een “maatregel”. Net als bij de Afstemmingsverordening WWB 2009 wordt hiermee niet alleen aangesloten bij het spraakgebruik dat sinds de Wet boeten en maatregelen gangbaar is, maar wordt ook het sanctionerende karakter van het “afstemmen” benadrukt. Artikelsgewijze toelichting

Rechtspraak bij dit artikel