1. Indien de jongere naar het oordeel van het college de op hem rustende
verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, dan wel de uit
artikel 30c, tweede lid of derde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen,
niet of onvoldoende nakomt,
dan wel zich jegens het college zeer ernstig misdraagt, wordt door het
college overeenkomstig deze verordening een maatregel opgelegd.
2. De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
waarin de jongere de gedraging kan worden verweten en de omstandigheden
waarin hij verkeert. Van het opleggen van een maatregel wordt in elk
geval afgezien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
3. Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het
daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
Hoofdstuk 1:
Artikel 2:
Het opleggen van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening WIJ gemeente Roerdalen