Gedragingen van de jongere waardoor de verplichtingen op grond van
artikel 44 van de wet en/of artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet voldoende
zijn nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
eerste categorie:
het niet uit eigen beweging of binnen een door het
college daartoe gestelde termijn mededeling doen van
alle feiten en omstandigheden, waarvan de jongere
redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die van invloed
kunnen zijn op zijn recht op een werkleeraanbod en/of
zijn recht op inkomensvoorziening;
het niet binnen de door het college daartoe gestelde
termijn verlenen van medewerking die redelijkerwijs
nodig is voor de uitvoering van de wet.
tweede categorie:
het niet of niet behoorlijk mededeling doen van alle
feiten en omstandigheden, waarvan de jongere
redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die van invloed
kunnen zijn op zijn recht op inkomensvoorziening, voor
zover dit heeft geleid tot een ten onrechte of tot een
te hoog verleend bedrag aan inkomensvoorziening;
het niet binnen de door het college daartoe gestelde
termijn verlenen van medewerking die redelijkerwijs
nodig is voor de uitvoering van de wet, waarvan de
jongere redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat die van
invloed kan zijn op zijn recht op inkomensvoorziening,
voor zover dit heeft geleid tot een ten onrechte of tot
een te hoog verleend bedrag aan
inkomensvoorziening.