Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3

Artikel 5.3.1

Hiërarchie

Onderdeel van Beleidsregels Collectieve Scootmobielstallingen Gemeente Medemblik 2026

Het college hanteert de volgende hiërarchie voor het plaatsen van een collectieve scootmobielstalling deels of geheel in de openbare ruimte: Openbare verharde ruimte tegen het wooncomplex van de aanvrager waar bewoners met een scootmobiel woonachtig zijn, hierbij rekening houdend met brandveiligheid. Dit kan de stoep zijn of een andere verharde openbare ruimte. Openbare verharde ruimte direct naast het wooncomplex van de aanvrager waar bewoners met een scootmobiel woonachtig zijn, hierbij rekening houdend met brandveiligheid. Dit kan de stoep zijn of een andere verharde openbare ruimte. Openbare verharde ruimte op maximaal 100 meter loopafstand gemeten vanaf de deuren van de wooneenheden binnen het wooncomplex van de aanvrager. Met onderbouwing kan hiervan afgeweken worden naar maximaal 100 meter loopafstand gemeten vanaf de voordeur van het wooncomplex. Hierbij wordt rekening gehouden met de mobiliteit van de bewoners van het wooncomplex. Parkeerplaatsen – De aanvrager onderzoekt de haalbaarheid van de plaatsing van de collectieve scootmobielstalling op één of meer parkeerplaatsen aan de hand van een parkeerdrukmeting. Er dient onderbouwd te worden aan de hand van een parkeerdrukmeting, conform de richtlijnen die het Kennisplatform CROW hanteert, dat er afgeweken kan worden van de geldende parkeernormen uit de meest recente Nota Parkeernormen Gemeente Medemblik. De aanvrager zorgt voor een onafhankelijke meting waarna deze door de gemeente wordt beoordeeld. Bij het wijzigen van het aantal parkeerplaatsen wordt rekening gehouden met de eventueel aanwezige invalidenparkeerplaatsen. Indien blijkt dat het plaatsen van een collectieve scootmobielstalling ten koste van parkeerplaatsen in de openbare ruimte niet mogelijk is, onderzoekt de aanvrager het volgende voorkeursscenario.

Rechtspraak bij dit artikel