Naar hoofdinhoud

Artikel 14.

Voorwaarden voor monumenten en gedenktekens

Onderdeel van Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2026

1.. Voor de gedenktekens mogen alleen duurzame materialen worden gebruikt, zoals natuursteen, metaal, roestvrij staal, keramiek of duurzame kunststoffen, verduurzaamde houtsoorten en gehard glas dat niet verkleurt, vorstbestendig is en niet breekt. 2.. Rechthebbenden en belanghebbenden zijn verantwoordelijk voor het naar behoren onderhouden van het gedenkteken. 3.. De lengte en de breedte van de grafbedekking, de daarop geplaatste monumenten en ornamenten inbegrepen, mogen de afmetingen van het graf niet overschrijden. Toegestane afmetingen gedenkteken in cm Lengte (maximaal) Breedte (maximaal) Hoogte (maximaal) Particulier graf voor volwassenen liggende steen 180 80 Particulier graf voor volwassenen staande steen 80 100 Particuliere graven naast elkaar met gedeelde liggende steen* 180 160 Particuliere graven naast elkaar met gedeelde staande steen* 160 100 Algemeen graf staand of liggend 50 50 Sokkel is 5 15 cm Maximaal 60 graden Kindergraf staande steen 80 100 Kindergraf liggende steen 180 80 Babygraf 50 50 Sokkel ≤ 15 cm Urnengraf 50 50 50 Urnenplaats (sierurnen) 30 30 40 Verstrooiingsplaats Gedenktegeltje wordt door gemeente geleverd. *Dikte is materiaal afhankelijk, hierover overleg met de gemeente. 4.. Graf bedekking (niet zijnde beplanting) dient op een onderplaat van beton met vlechtijzer te worden gemonteerd van minimaal 6 cm dikte. 5.. Bij aan- en afvoer van graf bedekking mag geen schade ontstaan. 6.. Het gedenkteken of grafbedekking moet veilig en schadeloos (ook op een later moment) verplaatst kunnen worden. Daarom moet(en) alle onderdelen van het gedenkteken stevig met elkaar verbonden zijn en de staande steen (indien van toepassing) met RVS-doken vanaf 8 mm doorsnede op de fundering bevestigd worden. De doken moeten in beide onderdelen minimaal 4 cm diep gemonteerd worden. 7.. Bij een algemeen graf, een urnengraf en gedenkplaats moet het gedenkteken met een uitsparing op de sokkel geplaatst worden zodat verschuiving niet mogelijk is. 8.. Het plaatsen van grafbedekking mag slechts na vergunningverlening en niet eerder dan 8 weken na de laatste begraving. 9.. Monumenten en gedenktekens moeten geplaatst worden op een fundament of afdekplaat die verzakkingen van het monument uitsluiten. 10.. Voorzetplaten en sluitplaten van urnennissen zijn afhankelijk van het type nis. 11.. Sierurnen moeten stevig verankerd worden op een bijpassende grondplaat of sokkel, zodanig dat verwijdering door onbevoegden wordt voorkomen. 12.. Bodembedekking of strooibedekking, zoals grind en schelpen zijn alleen toegestaan binnen een deugdelijke omranding van minimaal 10 cm hoogte boven het maaiveld en indien voorzien van een bodemplaat, zoals in het vierde lid beschreven. 13.. In specifieke situaties kan het college afwijken van de in het vierde t/m tiende lid genoemde afmetingen. Een vergunningaanvraag daartoe wordt beoordeeld op inpasbaarheid binnen het betreffende begraafvak of themaveld. 14.. De namen van leveranciers, ontwerpers of uitvoerders van gedenktekens mogen alleen aan de achterkant van het gedenkteken worden aangebracht, in de vorm van een klein koperen of bronzen naamplaatje van maximaal 2 x 4 centimeter. 15.. Voor de herdenking van overledenen van een asverstrooiing, overledenen van geruimde graven, levenloos geboren kinderen en de ongeboren vrucht (zwangerschap) korter te zijn dan 24 weken kan een door de gemeente beschikbaar gesteld naamplaatje worden geplaatst op een algemene herdenkingszuil of wand. Plaatsingsrechten worden uitgegeven voor een termijn van 20 jaar. 16.. Naamplaatjes worden door de gemeente verstrekt en geplaatst en mogen alleen voorzien zijn van de naam, de geboortedatum en sterfdatum van de overledene. 17.. Op en in de nabijheid van verstrooivelden zijn (eigen) permanente en tijdelijke monumenten en gedenktekens niet toegestaan.

Rechtspraak bij dit artikel