Naar hoofdinhoud

Artikel 8.

Termijnen particuliere graven en asvoorzieningen

Onderdeel van Nadere regels gemeentelijke begraafplaatsen Zuidplas 2026

1.. Particuliere graven, niet zijnde een baby- of kindergraf, worden uitgegeven voor een termijn van twintig en dertig jaar, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat. 2.. Kindergraven worden uitgegeven voor een termijn van tien, twintig en dertig jaar. 3.. Babygraven worden uitgegeven voor een termijn van tien en twintig jaar. 4.. Het in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met een termijn van tien of twintig jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend. 5.. Als het grafrecht niet voor het einde van de termijn van de afloop van het recht is voldaan of door een rechthebbende afstand is gedaan van een grafrecht, vervalt het grafrecht terug aan de gemeente. 6.. Indien bij een bijzetting de resterende graftermijn korter is dan de wettelijke termijn voor grafrust van minimaal 10 jaar, wordt de graftermijn verlengd met minimaal vijf jaar tot de wettelijke grafrust wordt bereikt. 7.. Particuliere urnengraven, urnennissen en urnenplaatsen worden uitgegeven voor een termijn van minimaal vijf jaar of een veelvoud daarvan met een maximum van twintig jaar. 8.. Het in het zesde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd met een termijn van vijf jaar of een veelvoud daarvan met een maximum van twintig jaar. 9.. Het gebruik van algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien of vijftien jaar voor zover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats dat toelaat.

Rechtspraak bij dit artikel