Naar hoofdinhoud
Leerlingen lopen stage om zich voor te bereiden op deelname in het maatschappelijk verkeer. Met dit als achtergrond verwacht de gemeente van de leerling, zijn/haar ouders, maar ook van de school, dat de maximaal mogelijke zelfstandigheid in het reizen naar het stageadres wordt nagestreefd. De gemeente zal bij een verzoek om stagevervoer opnieuw beoordelen wat voor de leerling passend vervoer is. Dit kan betekenen dat een leerling voor het schoolbezoek een vergoeding voor het aangepaste vervoer ontvangt en voor stagevervoer een vergoeding voor de (brom-) fiets of het openbaar vervoer. Vervoer naar stageadressen vindt niet plaats tijdens het weekend en gedurende schoolvakanties. Op het moment dat de school een studie (mid)dag heeft en de stage doorgang vindt, biedt het college vervoer naar het stageadres. We gaan ervan uit dat bij stages, ook voor een niet-arbeidsgericht uitstroomprofiel, ouders, school en de stageplek eerst bespreken of er andere mogelijkheden van vervoer zijn dan het leerlingenvervoer. Als de stageplek of school vervoer biedt is dat voorliggend op het leerlingenvervoer. De stage is onderdeel van het onderwijsprogramma in het VSO met een arbeidsgericht uitstroomprofiel. Als uitgangspunt voor een vervoersvoorziening naar een stageadres geldt dat het college deze uitsluitend verstrekt naar de dichtstbijzijnde toegankelijke stage. Het college bekostigt alleen vervoer naar een stageplek op maximaal 25 kilometer reisafstand van de woning, indien de stageplek zich niet bevindt op de route die de vervoerder hanteert. Indien de leerling afhankelijk is van aangepast vervoer wordt vervoerd van en naar het stageadres gecombineerd met andere schoolroutes. Het college zet geen individueel vervoer in als de reistijd bij aangepast vervoer naar het stageadres als de route meer dan 60 minuten bedraagt.

Rechtspraak bij dit artikel