Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 16.

Eigen bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026

1.. Een inwoner is een eigen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura zolang de inwoner van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of tot maximaal de kostprijs van de voorziening. Voor een maatwerkvoorziening die wordt ingekocht met een pgb geldt dat de eigen bijdrage is verschuldigd totdat de kostprijs van het pgb is bereikt. De hoogte van de bijdrage is in overeenstemming met hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De hoogte van de eigen bijdrage kan jaarlijks veranderen door indexatie of landelijke afspraken, de gemeente volgt hierin het CAK. Voor het bepalen van de kostprijs wordt rekening gehouden met de gangbare afschrijvingstermijn zoals die geldt voor het betreffende product en is opgenomen in de nadere regels. 2.. Het college kan in de nadere regels bepalen: Dat de bijdrage voor voorzieningen overeenkomstig wordt verlaagd. Voor welke groep inwoners een korting op de bijdrage van toepassing is, en Welke factoren een rol spelen bij het bepalen van de hoogte van de eigen bijdrage. 3.. In afwijking van het eerste lid kan de verschuldigde bijdrage kwijt gescholden worden voor de inwoner die een inkomen heeft van minder dan 120% van de bijstandsnorm. 4.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: Respijtzorg kortdurend verblijf. (Sport) rolstoelen. De realisatie van een maatwerkvoorziening in een woongebouw waar van de woning van een inwoner onderdeel uitmaakt, en voor zover de voorziening betrekking heeft op het toe- en/of doorgankelijk maken van het woongebouw. 5.. Ook is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende bij verordening aangewezen algemene voorzieningen: Inloopvoorziening GGZ Maatschappelijk werk Ontmoetingscentra bij 6 dagdelen of minder 6.. Indien een Wmo-vervoerspas voor de Regiotaxi wordt toegekend, kan de inwoner maximaal 1500 kilometers per jaar reizen tegen een gereduceerd tarief. Indien andere vervoersvoorzieningen zijn toegekend, zoals een scootmobiel, aangepaste fiets en elektrische buitenrolstoel, wordt maximaal 750 kilometer toegekend. Geïndiceerde mag met een gereduceerd tarief reizen. Voor gebruik van de Regiotaxi is de inwoner per kilometer een ritbijdrage verschuldigd. 7.. De kostprijs van een: maatwerkvoorziening of bij verordening aangewezen algemene voorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; een maatwerkvoorziening in bruikleen (natura verstrekking) betreft de prijs die de gemeente heeft betaald bij aanschaf van de voorziening, en/of de prijs die de gemeente betaalt per maand indien de voorziening in bruikleen is betrokken dan wel als er bijkomende maandelijkse servicekosten zijn; PGB is gelijk aan de hoogte van het PGB; maatwerkvoorziening in natura is gelijk aan de kosten die het college voor de desbetreffende maatwerkvoorziening zelf maakt; algemene voorziening is gelijk aan de kosten die het college voor de betreffende voorziening per inwoner maakt. 8.. De hoogte van de bijdrage voor een hulpmiddel, woningaanpassing, maatwerkvoorziening voor vervoer of in deze verordening genoemde algemene voorzieningen, overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 9.. Voor maatwerkvoorzieningen in het kader van de Jeugdwet wordt geen eigen bijdrage opgelegd tenzij een maatwerkvoorziening of PGB wordt verstrekt vanuit de Wmo ten behoeve van een woningaanpassing of auto aanpassing voor een minderjarige inwoner. Dan is de bijdrage in de kosten verschuldigd door: de onderhoudsplichtige ouders en; degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner. 10.. De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt door de betreffende zorgaanbieder van maatschappelijke opvang vastgesteld en geïnd. 11.. Een inwoner is voor de algemene voorziening was- en strijkservice een bijdrage verschuldigd van € 5,00 per wasbeurt en € 1,00 per kledingstuk voor het strijken. 12.. Een inwoner is voor de algemene voorziening nachtopvang een bijdrage verschuldigd van € 6,00 per nacht. 13.. Voor een algemene voorziening waarbij geen sprake is van een duurzame hulpverleningsrelatie, mag het college de hoogte van de eigen bijdrage zelf bepalen tot maximaal de kostprijs. 14.. De bijdragen als bedoeld in lid 10 tot en met 13 worden geïnd door de organisatie die de algemene voorziening levert. 15.. Voor bepaalde doelgroepen kan het college nadere regels stellen voor de bijdrage voor een algemene voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel