Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 7c.

Vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026

1.. Bij de te verstrekken collectieve vervoersvoorziening wordt alleen rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een maximum van 1.500 kilometer op jaarbasis. 2.. De gemeente kan aan de inwoner een elektrisch aangedreven individuele vervoersvoorziening verstrekken. Hierbij geldt het volgende: de voorziening is ter vervanging van de loop- en/of de fietsfunctie; de inwoner is in staat om zelfstandig op en van de voorziening te stappen; de inwoner heeft een vervoersbehoefte in de directe woonomgeving van de woning binnen de gemeente of woonkern; er moet een goed toegankelijke stallingsruimte, voorzien van een geaard stopcontact van 220 volt, aanwezig zijn of gecreëerd kunnen worden. De voorziening dient gestald te worden in een daarvoor geschikte, overdekte, geventileerde ruimte; de inwoner is in staat om – na instructie - op veilige wijze gebruik te maken van een elektrisch aangedreven individuele vervoersvoorziening. 3.. Als de inwoner naast collectie vervoer ook gebruik kan maken van een hulpmiddel om korte tot middellange afstanden te overbruggen ten behoeve van de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving, wordt de inwoner in staat gesteld om maximaal 750 km te reizen met collectief vervoer. 4.. Indien de inwoner gemotiveerd aangeeft dat het aantal kilometers zoals bedoeld in lid 1 en 3 van dit artikel, niet volstaat om op een aanvaardbaar niveau te kunnen participeren, dan kan de inwoner in staat worden gesteld om meer kilometers met het collectief vervoer te reizen.

Rechtspraak bij dit artikel