Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6.

Verkorte procedure

Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026

Het college kan in voorkomende gevallen de verkorte procedure voor het onderzoek naar de behoefte aan een maatwerkvoorziening volgen. Bij het reguliere onderzoek voert het college een uitgebreid onderzoek uit, meestal via een huisbezoek. Met een uitgebreid onderzoek op alle leefgebied en brengt het college de hulpvraag en de mogelijke oplossingen in kaart. Met het toepassen van de verkorte procedure handelt het college meldingen sneller af. Het onderzoek richt zich alleen op de in melding gevraagde ondersteuning en de daarbij horende leef- en compensatiegebieden. Het onderzoek is telefonisch. Tijdens de melding wordt bepaald of de inwoner in aanmerking komt voor de verkorte procedure. De inwoner ontvangt vervolgens verdere uitleg over de verkorte procedure. Voor de verkorte procedure komen de volgende meldingen in elk geval in aanmerking: die naar het oordeel van het college eenvoudig en niet complex zijn; waarbij het college voorziet dat de benodigde voorzieningen zorg in natura verstrekt kan worden; en het college de melding via telefonisch onderzoek kan behandelen en het opvragen van offertes, bankrekeningnummer en dergelijke niet aan de orde is. Uitzondering is het opvragen van het zorgplan als bedoeld in artikel 12 van de verordening; de inwoner die ouder is dan 80 jaar en een indicatie voor de Regiotaxi nodig heeft en diens partner ongeacht de leeftijd van die partner. Het college kan de verkorte procedure inzetten voor het wijzigen van besluiten genomen op grond van de wet en de verordening. Dit kan als de melding gaat over een wijziging in de situatie van de inwoner, waarop de ondersteuning aangepast dient te worden. Wanneer een inwoner van buiten de gemeente Midden-Delfland naar de gemeente Midden-Delfland verhuist en in de vorige gemeente een maatwerkvoorziening in de vorm van een dienst ontving, kan het college gebruik maken van de verkorte procedure. Het college kan in dat geval een beschikbare voorziening verstrekken voor een periode van maximaal drie maanden. Binnen drie maanden na de verstrekking voert het college dan een regulier onderzoek uit. Als een inwoner van buiten de HS gemeente verhuist naar Midden-Delfland en heeft de inwoner een maatwerkvoorziening op het gebied van Sociaal Persoonlijk Functioneren (SPF) dan verstrekt het college een indicatie in trede 4. Als een inwoner van buiten de HS gemeente verhuist naar Midden-Delfland en heeft de inwoner een maatwerkvoorziening op het gebied van Ondersteuning en Regie bij huishouden (ORH) dan verstrekt het college een indicatie in trede 5. Als sprake is van een inwoner die naar de gemeente Midden-Delfland verhuist, en van buiten de gemeente Midden-Delfland komt, en die een maatwerkvoorziening in de vorm van een hulpmiddel had uit de gemeente die de inwoner verlaat, dan volgt het college de afspraken die genoemd staan in het Convenant meeverhuizen van individuele mobiliteitshulpmiddelen en roerende woonvoorzieningen bij een verhuizing.1https://vng.nl/sites/default/files/2021-06/convenant_meeverhuizen_def.pdf 6.1Spoedeisende situaties Spoedsituaties zijn uitzonderlijke omstandigheden waarin directe inzet van ondersteuning onvermijdelijk is om ernstige gevolgen of ontwrichting te voorkomen. Spoedmeldingen worden vroegtijdig herkend en beoordeeld via een spoedtriage door het college. Als de situatie als spoedeisend wordt beoordeeld, neemt het college binnen 48 uur een besluit over de tijdelijke maatwerkvoorziening. Tot spoedtriage worden in ieder geval gerekend meldingen waarbij sprake is van: Ontslag uit het ziekenhuis of revalidatie, in combinatie met het ontbreken van een beschikbaar netwerk; Noodzaak tot kindzorg in het kader van huishoudelijke ondersteuning, in combinatie met het ontbreken van een beschikbaar netwerk; Dringende behoefte aan maaltijdvoorziening om medische of sociale redenen, in combinatie met het ontbreken van een beschikbaar netwerk. De tijdelijke voorziening wordt verstrekt voor een periode van maximaal zes weken. Binnen deze periode wordt onderzocht of structurele ondersteuning nodig is. Indien nodig kan de indicatie verlengd of omgezet worden naar een reguliere maatwerkvoorziening. Naast spoedsituaties kunnen bepaalde omstandigheden aanleiding geven om een aanvraag met voorrang te behandelen. Dit betekent dat de beoordeling met prioriteit plaatsvindt, maar niet dat inzet binnen 48 uur noodzakelijk is. Voorbeelden van voorrangssituaties zijn: Verhuizing vanuit een andere gemeente naar Midden-Delfland, waarbij de inwoner al ondersteuning bij het huishouden ontving; Terminale aandoening of progressieve ziekte (zoals ALS) én onvoldoende ondersteuning vanuit het netwerk; Ernstige vervuiling van de woning met risico voor de volksgezondheid en/of brandveiligheid of overlast voor de omgeving; Overbelasting van een mantelzorger die dreigt uit te vallen. Het toekennen van een voorrangspositie betekent nadrukkelijk niet dat een aanvraag als spoedeisend wordt aangemerkt. Het afwegingskader bij beoordeling van spoed of voorrang: De beoordeling van spoed- en voorrangmeldingen vindt altijd plaats op basis van de individuele situatie van de inwoner. De toegang maakt per melding een afweging op basis van: De ernst en urgentie van de situatie; De aanwezigheid en inzetbaarheid van het sociaal netwerk; De (on)mogelijkheden van de inwoner om de situatie tijdelijk zelf te overbruggen of met hulp van anderen.

Rechtspraak bij dit artikel