**1..** Om beperkingen in het vervoer inzichtelijk te maken onderscheidt de gemeente drie soorten afstanden:
lokaal verplaatsen over korte afstanden; loop- en fietsafstand in de directe omgeving van de woning;
regionaal vervoer; de afstanden die een persoon zonder beperkingen per fiets, brommer, auto of openbaar vervoer (OV) aflegt binnen de regio;
de lange afstanden; naar bestemmingen buiten de regio.
**2..** Bovenregionale vervoersbehoefte hoeft het college niet te compenseren op grond van de wet.
**3..** Het college verstrekt geen vergoeding voor vervoer door personen uit het informele netwerk tenzij dit in een individueel geval onevenredig is. In die gevallen compenseert het college op de goedkoopst mogelijke manier. Bij gebruik van de Wmo-vervoerspas betaalt een inwoner een eigen bijdrage. Door geen vervoerspas te gebruiken, spaart de inwoner deze kosten uit. De inwoner kan deze inzetten voor een tegemoetkoming van de reiskosten bij vervoer door een persoon uit het informele netwerk.
**4..** Het college kan andere vervoersmiddelen verstrekken als maatwerkvoorziening:
aangepaste fietsen. Dit zijn fietsen zoals de driewielfiets en duofiets die speciaal ontworpen en bestemd zijn voor mensen met een beperking;
scootmobiel. Dit is een elektrisch voortgedreven voertuig dat bedoeld is voor vervoer op de korte en middellange afstanden. Het college betrekt bij de afweging tot het verstrekken van een scootmobiel als maatwerkvoorziening de mogelijkheden op het gebied van stalling, laden en veiligheid;
gesloten buitenwagen, zijnde een overdekt voertuig dat niet harder dan 45 km per uur rijdt en waarvoor aparte (verkeers)regels gelden. Het college verstrekt een gesloten buitenwagen alleen als maatwerkvoorziening als deze medisch geïndiceerd is en er geen voordeligere adequate oplossing is voor de problemen bij de zelfredzaamheid en participatie.
auto-aanpassingen: als een inwoner geen gebruik kan maken van collectief vervoer kan het college, indien dit medisch geïndiceerd is, een voorziening verstrekken voor een niet gebruikelijke auto-aanpassing. Hiervoor geldt:
Het college ziet stuurbekrachtiging, cruisecontrol of automaat als gebruikelijke auto aanpassing.
Een benodigde aanpassing heeft een minimale levensduur van 7 jaar (uiteraard rekening houdend met de persoonskenmerken van de aanvrager op dat moment). Het college vraagt de inwoner aan te tonen dat de aan te passen auto de investering nog waard is (dus naar verwachting nog minimaal 7 jaar mee kan).
**5..** De zorgaanbieder van dagbesteding is verantwoordelijk voor het uitvoeren van eventueel benodigd vervoer van en naar de dagbesteding. Inwoners mogen in dat geval niet de regiotaxi inzetten.
Hoofdstuk 3
Artikel 7c.
Vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026