9.1Type woonvoorzieningen en voorwaarden
Het college onderscheidt de volgende vormen van woonvoorzieningen:
losse of roerende woonvoorzieningen;
bouwkundige woonvoorziening en niet-verplaatsbare voorzieningen;
woningsanering, als sprake is van beperkingen als gevolg van COPD, astma of allergie;
eenmalig pgb voor verhuiskosten bij een verhuizing vanwege beperkingen en belemmeringen conform het bedrag in artikel 7b lid 2 van deze nadere regels.
Het college vergoedt de jaarlijkse kosten voor het onderhoud van een woonvoorziening zolang de voorziening nog niet is afgeschreven.
Bij het bepalen of al dan niet een bouwkundige woonvoorziening nodig is, houdt het college rekening met de belangen van mantelzorgers zoals bij tilliften en andere hulpmiddelen die door mantelzorgers bediend moeten worden.
Bij het bepalen van de hoogte van de financiële tegemoetkoming wordt er rekening gehouden met de afschrijving van de te vervangen materialen op de volgende wijze:
Voorziening
Afschrijvingstermijn
Percentage afschrijving p/j
Badkamer
25jaar
4%
Keuken
15 jaar
6,5%
Woningsanering
7jaar
14%
9.2Traplift
In geval van een traplift verstrekt het college de goedkoopste, functionele voorziening. Hierbij wordt rekening gehouden met het gebruik van de trap voor de met de inwoner samenlevende huisgenoten zonder beperking. Als het voor het optimaal lopend op- en afgaan van de trap nodig is dat de traplift aan de spilzijde wordt bevestigd, is dat mogelijk.
Het college verstrekt een traplift in bruikleen (bij natura levering). Het aanbrengen van hekwerk voor veiligheidsredenen om een traplift te kunnen plaatsen is onderdeel van het verstrekken van een traplift. Het college verstrekt het hekwerk altijd in eigendom aan de woningeigenaar.
Indien de trap voorafgaand het plaatsen van de traplift niet voldeed aan de eisen van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), draagt de inwoner/eigenaar van de woning er zorg voor dat de trap alsnog aan deze eisen voldoet. Als de trap niet aan het BBL voldoet, is het college niet gehouden om de traplift te verstrekken.
9.3Normenkader schoon en leefbaar huis
Voor het resultaatgebied 5 - Ondersteuning en regie bij het huishouden gaat het college voor een schoon en leefbaar huis uit van het HHM Normenkader zoals opgenomen in bijlage 8 bij deze nadere regels.
9.4Normaal gebruik van de woning
Onder normaal gebruik van een woning verstaat het college het gebruik van de woning voor de elementaire woonfuncties: slapen, lichaamsreiniging, toiletgang, het klaarmaken en eten van voedsel en het zich verplaatsen in de woning, en in geval van kinderen: het veilig kunnen spelen in de woning.
Het college ziet aanpassingen voor voorzieningen met een therapeutisch doel zoals dialyseruimte en therapeutische baden niet als normaal gebruik van de woning en verleent hiervoor geen woonvoorziening.
9.5 Aanbouw
In het geval dat vanwege een benodigde aanpassing van de woning een aanbouw nodig is en verhuizen echt niet tot de mogelijkheden behoort, dan laat het college indien mogelijk bij voorkeur een losse herbruikbare woonunit plaatsen.
Het college kent in dat geval de voorziening in bruikleen toe, zodat deze voorziening (indien deze niet meer noodzakelijk is) beëindigd of, indien mogelijk, herplaatst kan worden.
De kosten voor verwijdering van de voorziening en herstel van de buitengevel vergoedt het college op de goedkoopst compenserende wijze.
9.6Verwijderen woonvoorziening
De kosten voor het verwijderen van nagelvaste, niet in bruikleen verstrekte, woningaanpassingen vallen niet onder de maatwerkvoorziening en worden door het college niet vergoed, tenzij andere afspraken zijn gemaakt door het college met de woningcorporaties Midden-Delfland. Indien in verband met het verwijderen van deze voorzieningen herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn, worden uitsluitend de kosten van de goedkoopst adequate oplossing in aanmerking genomen.
9.7Woningsanering
Wanneer een inwoner aantoonbare beperkingen heeft ten gevolge van bijvoorbeeld COPD, astma of allergie (zolang de allergie niet voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen in de woning of de bouwtechnische staat van de woning), waardoor vervanging van vloerbedekking of gordijnen noodzakelijk is, kan het college hiervoor een financiële tegemoetkoming in de kosten verstrekken.
Het college vraagt extern advies met betrekking tot de aanvraag om woningsanering.
Als de beperkingen en belemmeringen het gevolg zijn van een allergie die voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen in de woning of de bouwtechnische staat van de woning, dan komt de inwoner niet in aanmerking voor een woningsanering.
Het college kent in beginsel alleen een voorziening toe voor het saneren van de woon- en slaapkamer.
Woningsanering in de Wmo heeft betrekking op overgordijnen in de woonkamer, overgordijnen in de slaapkamer, vitrage woon- en slaapkamer, vloerbedekking woonkamer, vloerbedekking slaapkamer. Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding wordt rekening gehouden met afschrijving van de te vervangen gordijnen, vitrage en vloerbedekking op de volgende wijze:
leeftijd tot 2 jaar: vergoeding van 100% van het normbedrag
leeftijd tot 4 jaar: vergoeding van 75% van het normbedrag
leeftijd tot 6 jaar: vergoeding van 50% van het normbedrag
leeftijd tot 8 jaar: vergoeding van 25% van het normbedrag
leeftijd ouder dan 8 jaar: geen vergoeding i.v.m. economische afschrijving.
Het college stelt de hoogte van de voorziening mede vast aan de hand van de bedragen die het NIBUD hanteert voor vloerbedekking, vinyl en jaloezieën.
9.8Rolstoel
Het college verstrekt voor het zichzelf kunnen verplaatsen een rolstoelvoorziening, zijnde een:
handmatig voortbewogen rolstoel;
elektrisch voortbewogen rolstoel;
aanpassingen aan de rolstoel;
Het college verstrekt aanpassingen aan rolstoelen die standaard op een rolstoel aanwezig zijn (zoals comfort beensteunen of een werkblad), en die noodzakelijk zijn voor de inwoner. Het college acht accessoires zoals een boodschappenmand en een extra spiegel als niet noodzakelijk.
Voor rolstoelen voor kortdurend gebruik gaat het college uit van de uitleenservice van de zorgverzekeraar als voorliggende voorziening.
9.9Sportvoorzieningen
Indien de maatwerkvoorzieningbestaat uit een individuele sportvoorziening, bedraagt de hoogte van de tegemoetkoming in de meerkosten maximaal€ 3.000,- waarin begrepen de kosten voor de aanschaf, het onderhoud, en reparatie.
Indien de kosten van een sportvoorziening lager zijn dan€ 300,- wordt dit door het college als algemeen gebruikelijk aangemerkt. Dit betekent dat van inwoners wordt verwacht dat zij dit zelf aanschaffen.
De inwoner moet aantonen dat er sprake is van een actieve sportbeoefening.
Het college gaat uit van een levensduur van een sportvoorziening van minimaal drie jaar. Voor sportvoorzieningen stelt het college minimaal voor drie jaar 5% van de nieuwwaarde of kostprijs van de voorziening beschikbaar voor reparatie en onderhoudskosten.
Het college verstrekt geen voorziening voor het feitelijk kunnen bezoeken van of deelnemen aan activiteiten· zoals entreegelden of lidmaatschapsbijdragen.
9.10 Mantelzorg
In beginsel valt mantelzorg onder het zelf oplossen van een probleem en staat daar in principe geen betaling tegenover. Betaling is evenmin een instrument om overbelasting van de mantelzorger tegen te gaan. Daarvoor lenen zich andere maatwerkvoorzieningen zoals respijtzorg, groepsbegeleiding of kortdurend verblijf.
Indien de zorg geleverd wordt door een mantelzorger, dan is er sprake van informele zorg. 'Informele zorg' is de term voor de ondersteuning die mantelzorgers en vrijwilligers - onbetaald -verlenen naast de betaalde, professionele ofwel formele zorg.
Formele zorg die naasten verlenen, kan uit een Pgb worden vergoed met een daarvoor vastgesteld informeel tarief. Deze zorg is gebonden aan bestaande wet- en regelgeving. Zo moeten zorgverleners een Zorgovereenkomst afsluiten in samenspraak met de budgethouder. Zie website SVB/Zorgovereenkomst met partner of familielid.
De gemeente maakt onderscheid tussen ondersteuning die wordt geleverd door professionele hulpverleners die werken volgens de kwaliteitsstandaarden en hulpverleners die dat niet doen. In de hoogte van de tarieven wordt een onderscheid gemaakt in:
Een aantoonbaar gediplomeerd verzorger, waaronder zzp-ers;
Het sociale netwerk, werkstudenten, zzp-ers zonder diploma's en dergelijke.
De Klantmanager Wmo kan betaling van de mantelzorger in overweging nemen als er geen bereikbare en doelmatige oplossing in natura beschikbaar is, en als blijkt dat dit voor de inwoner de beste optie is. Bijvoorbeeld bij 24-uurszorg, of als betaling van de mantelzorger de enige manier is om opname in een intramurale instelling te voorkomen. Dan is er geen sprake meer van mantelzorg maar van zorgverlening vanuit het sociale netwerk. Zie bijlage 4.
Ook zal de betaling van personen in het sociale netwerk in elk geval beperkt moeten blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt. De inwoner motiveert zijn keuze voor de betaling van een mantelzorger in het Pgb plan.
9.11 Respijtzorg
Respijtzorg biedt mantelzorgers de mogelijkheid hun zorgtaken voor een korte periode helemaal aan een ander over te laten. Beroepskrachten kunnen respijtzorg leveren in de vorm van dagopvang, logeerhuizen, zorgboerderijen of professionele respijtzorg bij de inwoner thuis. De vrijwillige thuiszorg kan mogelijk vrijwilligers leveren. De Zorgverzekeringswet kan mogelijk voorliggend zijn.
De Klantmanager Wmo vraagt of de mantelzorger deelneemt aan het gesprek met de inwoner, zodat ook de belangen van de mantelzorger meegenomen worden in de beoordeling. Ter ontlasting van de mantelzorger en om overbelasting te voorkomen, kan de Klantmanager Wmo ondersteuning aanbieden in de vorm van Respijtzorg.
De Klantmanager Wmo onderzoekt of er sprake is van overbelasting. Blijkt er sprake te zijn van (dreigende) overbelasting dan wordt beoordeeld in welke omvang ondersteuning nodig zou zijn ware er geen mantelzorger. De omvang van de ondersteuning wordt afgestemd op de zorgbehoefte van de inwoner. Respijtzorg, zoals hier bedoeld, wordt ingezet voor een maximale periode van 6 weken/jaar, maximaal 42 etmalen. Ook een indicatie voor 'kortdurend verblijf' kan de mantelzorger ontlasten.
Een laagdrempelige vorm van respijtzorg is verblijf in Strandgoed Ter Heijde. Zie bijlage 5 voor de aanmeldprocedure.
Hoofdstuk 3
Artikel 9.
Maatwerkvoorzieningen
Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Delfland 2026