In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
ALO-kop: de verhoging van het kindgebonden budget voor alleenstaande ouders zoals bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget;
college: college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen;
dakloze: een persoon die geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en niet ingeschreven staat in het bevolkingsregister van de gemeente;
gemeente: gemeente Hoogeveen;
thuisloze: een persoon die steeds wisselt van onderdak en op een postadres ingeschreven staat in het bevolkingsregister van de gemeente;
tijdelijk verblijf: onder tijdelijk verblijf in de zin van artikel 6, eerste lid, onder a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 6, tweede lid, onder b, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen sluit het college aan bij de periode van vier weken genoemd in artikel 13, eerste lid, onder e, van de wet;
uitkeringsgerechtigde: een persoon die een uitkering van de gemeente ontvangt op grond van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
wet: de Participatiewet;
woonlandfactor: het kostenniveau van de niet-rechthebbende partner in het buitenland bepaalt het college met behulp van de woonlandfactor als bedoeld in de bijlage bij de Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012.
De woonlandfactor is dan: woonlandfactor voor dat land x de hoogte van de bijstandsnorm die voor de niet-rechthebbende zou gelden in Nederland.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Beleidsregel algemene bijstand gemeente Hoogeveen