Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 12

Ambtshalve verrekening inkomsten uit arbeid

Onderdeel van Beleidsregel algemene bijstand gemeente Hoogeveen

1. . Het college past tot 1 januari 2027 ambtshalve artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r van de wet, artikel 8, tweede en vijfde lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en artikel 8, derde en negende lid van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers toe, in die gevallen waarin een uitkeringsgerechtigde gedurende zijn uitkering algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt of meer algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, tenzij de uitkeringsgerechtigde dit niet wil. 2. . Het college past vanaf 1 januari 2027 ambtshalve artikel 34a, eerste lid, onderdeel a van de wet, artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en artikel 8a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers toe, in die gevallen waarin een uitkeringsgerechtigde gedurende zijn uitkering algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt of meer algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, tenzij de uitkeringsgerechtigde dit niet wil. 3. . Het college past voor jongeren tot 27 jaar het tweede lid ambtshalve toe vanaf 1 januari 2026; 4. . Het eerste tot en met het derde lid is niet van toepassing op de uitkeringsgerechtigde die het college niet tijdig heeft geïnformeerd over de aanvaarding of uitbreiding van zijn algemeen geaccepteerde arbeid, waardoor het college aan de uitkeringsgerechtigde geheel of gedeeltelijk ten onrechte een uitkering heeft verleend. Het achteraf ambtshalve de inkomsten uit arbeid vrijlaten of verrekenen op de wijze als omschreven in het eerste of tweede lid draagt naar oordeel van het college niet bij aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel