Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 18

Woonkostentoeslag bij een eigen woning

Onderdeel van Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Hoogeveen

1. . Woonkostentoeslag kan worden verleend indien de eigenaar die de eigen woning bewoont vanwege bijzondere omstandigheden niet in staat is de woonkosten van die eigen woning geheel of gedeeltelijk te betalen. 2. . De woonkostentoeslag wordt berekend conform de systematiek van de Wet op de huurtoeslag, waarbij uitsluitend de volgende woonkosten in de berekening worden meegenomen: de kosten van de betaalde hypotheekrente onder aftrek van de daadwerkelijk ontvangen belastingteruggaaf; de volgende zakelijke lasten in verband met het hebben van een eigen woning: het eigenaarsdeel van de waterschapslasten; de premies van glas- en opstalverzekeringen; het eigenaarsdeel onroerendzaakbelasting; het eigenaarsdeel rioolheffing; erfpachtcanon. Bij bewoning van een flat of appartement worden in aanvulling op onderdelen a en b de volgende kosten meegenomen: schoonmaakkosten gemeenschappelijke ruimtes; energiekosten voor de lift; kosten verlichting gemeenschappelijke ruimtes. 3. . De woonkostentoeslag wordt verhoogd met dat deel van de woonkosten dat hoger is dan de maximale huurgrens als bedoeld in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag. 4. . De woonkostentoeslag wordt voor één jaar toegekend, indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens. 5. . Indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale huurgrens wordt, op grond van artikel 55 van de wet, de verplichting opgelegd om te zoeken naar goedkopere huisvesting, onder de volgende voorwaarden: actief zoeken naar goedkopere woonruimte binnen de gemeente Hoogeveen; reageren op elke aangeboden goedkopere huisvesting, ongeacht de aard of ligging van de huisvesting; geen passende woonruimte weigeren; alles in het werk stellen om de woning te verkopen: schakelt een makelaar in, zet via een advertentie de woning te koop zoals krant, toegankelijke websites voor het aanbieden van de koopwoning; ingeschreven staan als woningzoekende bij woningcorporaties. 6. . De periode als bedoeld in lid 4 kan met maximaal één jaar worden verlengd als belanghebbende buiten zijn schuld nog geen goedkopere huisvesting heeft kunnen krijgen. 7. . De woonkostentoeslag wordt voorlopig vastgesteld en na ontvangst van de definitieve aanslag van de belastingdienst over het betreffende jaar wordt de hoogte van de woonkostentoeslag herbeoordeeld en definitief vastgesteld. 8. . Bij zwaarwegende redenen kan er worden afgezien van het opleggen van de verhuisplicht. 9. . Zelfstandigen kunnen voor woonkostentoeslag een beroep doen op het Bbz 2004.

Rechtspraak bij dit artikel